maandag 24 december 2012

Onvergeeflijk christendom

Soera 4:115-116
115. En wie zich verzet tegen de boodschapper nadat de leiding hem duidelijk is gemaakt en dan een andere weg kiest dan die van de gelovigen, dan laten we hem zijn gang gaan en (hij zal) toetreden tot de hel - een slechte eindbestemming.
Het is al niet zo aardig dat de koranschrijver hier niet-moslims eigenlijk voor ongelovigen verslijt, maar dat hij ze zonder verdere plichtplegingen naar de hel laat lopen getuigt ook niet van veel liefde voor de mensheid. Ik lees er zelfs wat sadisme in, maar dat kan aan mij liggen.
116. Zeker, Allah vergeeft het niet als men (iemand) met hem associeert...
Dit kennen we van vers 48. Het begrip dat hier met associëren wordt vertaald is het Arabische woord sjirk, dat zoiets als "verenigen" betekent. Het islamitisch monotheïsme vereist dat Allah strikt alleen is: niets of niemand komt hem na of staat op zijn niveau. De christelijke notie van "zoon van God" is in de ogen van moslims dus sjirk, een onvergeeflijke zonde en wat hen betreft een toegangskaart voor de hel.
116. (...) Maar hij vergeeft alles daarbuiten aan wie hij wil. Wie (iemand) met Allah associeert is ver van de (rechte) weg afgedwaald.
Let op het opmerkelijke contrast: alle zonden kunnen worden vergeven als Allah dat wil, behalve de zonde van het associëren, dat is onvergeeflijk. Dat betekent, als je dit consequent doordenkt, dat christenen geen moslims hoeven te worden. Hun doodzonde, het aanbidden van Jezus als God, is immers onvergeeflijk.

zondag 9 december 2012

Achterkamertjes met thee

Soera 4:113-114
113. Zonder de gunst van Allah over jullie en genade met jullie, had een partij van hen jullie zeker misleid, maar ze misleiden (nu) niemand behalve zichzelf, en benadelen jullie in niets, want Allah openbaarde aan jullie het boek en de wijsheid. En hij gaf jullie de kennis die jullie ontbrak. De gunst van Allah over jullie is groot.
De koranschrijver is in zijn nopjes met zijn overwinning op de partij die zó'n goed verhaal had, dat hij bang was dat mensen uit zijn groep daardoor overtuigd zouden worden. Maar toen gebeurde er iets waardoor de wegen scheidden; wat er precies gebeurde weten we helaas niet. Aan de kennis van die partij is nu geen behoefte meer, die is ingevuld door Allah. Wat dát betekent, weten we dan weer wel: de leer van de islam is het enige dat nog gehoord wordt.
114. Veel van hun geheime besprekingen zijn nergens goed voor, behalve die voor het opleggen van liefdadigheid, recht of verzoening tussen mensen. En wie dit doet voor het genoegen van Allah: we zullen hem een grote beloning geven.
Overleggen in rokerige achterkamertjes is in de ogen van de koranschrijver geen enkel probleem, zolang het maar besprekingen zijn die leiden tot islamitische regelgeving. De geheime gesprekken van die ándere partij kunnen daarentegen zijn goedkeuring niet wegdragen. Hij kan eigenlijk niet weten wat daar gezegd wordt, het is immers geheim, maar moslims weten alles omdat Allah het hen vertelt. En wat Allah hen vertelt over mensen die geen moslim willen zijn - nou, dat weten we zo onderhand wel.

Zie ook: 3:118, 3:119, 4:443:104.

vrijdag 7 december 2012

Vergeving zonder Christus

Soera 4:105-112
105. Zo is het: wij hebben aan jullie het boek met de waarheid geopenbaard, om te kunnen oordelen tussen mensen op grond van wat Allah jullie heeft laten zien. En wees geen advocaat van de bedriegers.
106. Maar vraag vergeving aan Allah; want Allah is vergevingsgezind en barmhartig.
107. En pleit niet voor hen die zichzelf bedriegen; Allah houdt niet van een bedrieger, een zondaar.
108. Zij verbergen (zich) voor mensen, maar zij verbergen (zich) niet voor Allah. Hij is bij hen als zij in de nachtwake dingen zeggen die hem niet bevallen; zeker, Allah omsingelt wat zij doen. 
109. Wacht maar! Jullie zijn er nu, om voor hen te pleiten in het leven van deze wereld, maar wie zal er voor hen pleiten bij Allah op de dag van de opstanding, wie zal er dan voor hen optreden?
De schrijver doet aan verdachtmakingen die hij niet kan bewijzen. De mensen die hij voor bedriegers (of zelfs verraders, volgens andere vertalers) houdt, plegen dat bedrog volgens hemzelf bij nacht, als hij er niet bij is. De informatie heeft hij dan zeker van Allah, alsof die hem in vertrouwen heeft genomen.

Aan de andere kant waren er mensen die het juist voor de 'bedriegers' wilden opnemen, maar de koranschrijver vindt dat verkeerd. "En," zegt hij erbij, "uiteindelijk neemt Allah ze toch wel te grazen, als jullie er niet zijn!" Je krijgt de indruk dat de schrijver en zijn maten op dit moment niet de baas zijn.
110. Wie kwaad doet of zijn ziel bezwaart en dan vergeving vraagt aan Allah, hij zal ontdekken dat Allah vergevingsgezind en barmhartig is. 
111. En wie een zonde begaat, zal daar zelf zijn verdiende loon voor krijgen. Allah weet ervan, en hij is wijs.
112. En wie een overtreding of misdaad begaat en de schuld legt bij een onschuldige, die maakt zich schuldig aan laster en voegt een zonde toe.
Vers 110 is een herhaling van 106. Of andersom: vers 106 is een ingekorte variatie op vers 110, dat nogal storend tussen 105 en 107 is ingevoegd. De verzen 111 en 112 lijken niet erg bijzonder met de bewering dat de schuldige moet boeten en niet een onschuldige. Maar deze verzen hebben misschien een dubbele bodem, wat aannemelijk is als je je realiseert dat de islam zich vanaf het begin tegen het christendom heeft afgezet. Volgens het christendom is het namelijk Jezus, die onschuldig is, die de schuld van de gelovigen op zich neemt. "Niets daarvan," zegt de koranschrijver, "dat is misdadig!" "En trouwens vergeeft Allah de zonden gewoon als je daarom vraagt" (vers 110).

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig, maar de goede verstaanders van toen zijn er nu niet meer. De christenen tegen wie deze polemiek was gericht werden al snel gemarginaliseerd. Binnen de islamitische wereld werd er niet meer met christenen gediscussieerd.

woensdag 5 december 2012

Verplicht vervolgen

Soera 4:101-104
101. Wanneer je op aarde op reis bent, ben je niet schuldig als je korter bidt, als je je bedreigd voelt door hen die ontkennen. Zeker, de ongelovigen zijn duidelijk jullie vijanden.
102. En wanneer je bij hen (je eenheid) bent en ze voorgaat in gebed, laat een deel van hen dan met jou opstaan en hun wapens meenemen. Als ze klaar zijn met bidden, laat ze dan achter je gaan staan, en laat het volgende deel komen, dat nog niet gebeden heeft, om met jou te bidden. Laat ze op hun hoede zijn en hun wapens dragen. Zij die ontkennen zouden wel willen dat jullie nonchalant omspringen met jullie wapens en bagage, zodat ze een verrassingsaanval kunnen doen. Maar er rust geen schuld op jullie als je last hebt van de regen of ziek bent, dat je dan de wapens neerlegt. Maar wees voorbereid: zeker, Allah heeft voor de ontkenners een vernederende straf.
Het bidden van de moslims is hier duidelijk een gemeenschappelijke bezigheid in oorlogstijd. Het gaat allemaal om het bestrijden van de ontkenners, mensen die de boodschap van de islam tegenspreken en die kennelijk de mond gesnoerd moet worden. De veldtochten hebben in de eerste plaats een religieuze betekenis, en vandaar dat de collectieve gebeden, te doen samen met de religieus leider, van groot belang zijn.
103. Als je het (gezamenlijke) gebed gedaan hebt, gedenk Allah dan (nog) als je staat, zit of ligt. Maar als je in veiligheid bent, doe dan (weer) aan het geregelde gebed, want gelovigen moeten het gebed op vaste tijden houden.
104. En verslap niet bij de achtervolging van de vijand. Als jullie ontberingen lijden - zij ook! Maar júllie hopen op Allah, zij niet. Zeker, Allah is de kenner, en wijs.
De Koran gaat niet alleen over moraal, maar ook over het moreel: de troepen wordt op het hart gedrukt om tot het uiterste te gaan. Waarom het zo dringend nodig is om de 'ontkenners' weg te vagen zegt de schrijver er niet bij, maar dat zal dan ook wel niet nodig zijn.

vrijdag 30 november 2012

Verover de wereld

Soera 4:97-100
97. Zeker, wat betreft hen die de engelen halen terwijl ze zichzelf kwaad doen: zij (de engelen) zullen zeggen: "Wat was jullie probleem?" Zij zullen antwoorden: "We waren zwak op Aarde." Zij (de engelen) zullen zeggen: "Was de Aarde van Allah niet ruim genoeg voor jullie om ergens heen te gaan?" Zulke (mensen) zullen de hel als woonplaats krijgen, een slechte eindbestemming.
98. Behalve de zwakken onder de mannen en de vrouwen en de kinderen die niet de middelen hebben noch een weg kunnen vinden.
99. Zij kunnen hopen genade te vinden bij Allah, want Allah is genadig en vergevingsgezind.
100. En wie vertrekt op de weg van Allah, vindt op Aarde vele woonplaatsen en overvloed. Als hij van huis gaat en reist voor Allah en zijn boodschapper, en de dood hem dan overvalt, zeker, zijn beloning is bij Allah, en Allah is vergevingsgezind en barmhartig.
Vers 96 eindigt net zo. Daar ging het over moslims die op oorlogspad gingen, en hier in vers 100 gaat het misschien wel over dezelfde. Toch maken veel vertalers er "vluchtelingen" van; Kramers laat ze, tamelijk neutraal, "uitwijken". Maar waarom zouden ze huis een haard verlaten? Vanwege de dreigementen van Allah in vers 97 misschien. Want wie er niet op uittrekt, krijgt de hel te zien.

Alles bij elkaar kunnen we dit eigenlijk niet anders opvatten dan als een dwingende oproep om de "wereld van Allah" in bezit te nemen. Geen smoesjes zoals "we voelden ons te zwak", dat mogen alleen vrouwen en kinderen zeggen, en mannen die écht wat mankeren. De rest moet op pad, en als iemand onderweg het leven laat, geen man overboord: Allah zal hem belonen.

zondag 25 november 2012

Werf soldaten

Soera 4:95-96
95. Zij die achterblijven zonder verwondingen en zij die strijden op de weg van Allah, met hun bezittingen en in eigen persoon, zijn niet gelijk (aan elkaar). Allah heeft hen die strijden met hun bezittingen en in eigen persoon belangrijker gemaakt. Allah heeft beiden het goede beloofd, maar Allah zal de strijders een beloning geven boven hen die achterblijven:
96. (Hogere) rangen van hem, en vergeving en genade, want Allah is vergevingsgezind en barmhartig.
Hier worden soldaten geronseld met mooie beloftes. Niet met een hoog salaris, want er wordt van hen verwacht dat ze hun eigen soldij betalen, maar daar staat dan weer tegenover dat de soldij kon worden aangevuld door middel van roven en plunderen (zie het vorige vers). Met zulke 'arbeidsvoorwaarden', absolutie vooraf en een hemelse toekomst moet het niet moeilijk zijn geweest een groot leger op te bouwen.

zaterdag 24 november 2012

Klop de juiste uit

Soera 4:94

In vers 93 lazen we dat wie opzettelijk een moslim doodt nog niet jarig is, maar het wordt in dat vers en de eraan voorafgaande verzen niet duidelijk wat er moet gebeuren met zulke daders, en al helemaal niet als de daders geen moslim zijn. Daarop komt ook in het volgende vers geen antwoord, maar er komt wel een nadere toelichting op het begrip "opzettelijk":
94. O jullie die geloven, als je de weg van Allah inslaat, doe dan (eerst) onderzoek, en zeg niet tegen iedereen die je onderweg groet: "Jij bent geen gelovige!", op zoek naar de vergankelijke goederen van dit leven. Met Allah is (toch) overvloedig winst te behalen? (...)
Waar het hier om gaat is dat moslimstrijders zich ervan moesten verzekeren dat ze echt geen moslim tegenover zich hadden. De verleiding bestond kennelijk om dat niet uit te zoeken, zodat moslimstrijders nooit kon worden verweten dat ze "opzettelijk" een moslim hadden gedood. Dit vers zegt niet dat de strijder mensen onderweg niet mocht beroven, alleen dat hij zich er eerst van moest verzekeren dat het echt geen moslim was. Allah zou er wel voor zorgen dat er genoeg niet-moslims waren om te beroven.

Is dit ook een beetje christelijk? In de Bijbel lezen we hoe de apostel Paulus daarover dacht:
Ef 4:28: Wie gestolen heeft, moet niet meer stelen, maar zich liever inspannen om met de handen goed werk te doen, om iets te kunnen delen met wie gebrek heeft.
1 Tim. 6:5: (...) beroofd zijn van de waarheid, omdat zij denken dat de godsvrucht een bron van winst is...
Dat sluit nogal contrasterend aan op de rest van vers 94:
(94.) Vroeger waren jullie ook zo, maar vervolgens liet Allah jullie profiteren. Doe dus onderzoek; zeker, Allah is op de hoogte van wat je doet.
Wij zijn er nu ook van op de hoogte dat Allah alleen het beroven van moslims verbiedt, en dat de godsvrucht van de islam wél een bron van winst is. Die winst ging dan wel ten koste van niet-moslims, maar daar had de koranschrijver geen boodschap aan.

dinsdag 20 november 2012

Dubbeltje

Soera 4:92-93
92. Het is niet aan de gelovige om een (andere) gelovige te doden...
Het doden van gelovigen (moslims) is dus verboden, maar in de voorafgaande verzen zagen we dat het doden van ongelovigen (alle anderen dan moslims) juist verplicht is, behalve in uitzonderingsgevallen. Er zijn ook uitzonderingsgevallen bij het doden van moslims:
(92.) ... behalve per ongeluk. (...)
De schrijver gaat niet erg diep in op wat 'per ongeluk' precies betekent, maar wel op de vraag hoe nu verder:
(92.) Wie een gelovige per ongeluk doodt moet een gelovige slaaf vrijlaten...
Aan deze eis konden niet-moslims al niet voldoen, want die konden geen moslims als slaven hebben, laat staan ze vrijlaten. Deze regeling is dus niet voor anderen dan moslims. Hoe het een niet-moslim vergaat die een moslim per ongeluk doodt, laat zich raden.
(92.) ... en bloedgeld aan de nabestaanden betalen, tenzij zij dat terugstorten als gift.
De Koran zit vol uitzonderingen die de regels zo goed als betekenisloos maken. Dit is er ook weer zo een. Het is namelijk nogal logisch dat de ontvangers het geld terug kunnen geven, maar doordat de Koran die handelswijze zo nadrukkelijk noemt, wordt het een advies. Wie het geld dan toch nog besluit te houden, staat er meteen gekleurd op, als een inhalige vrek namelijk. Kortom, de moslim die met doodslag wil wegkomen, doet er goed aan van tevoren wat slaven in te slaan en daar moslims van te maken. Dan kan hij nog eens een potje breken.
(92.) Maar als hij (de gedode) van een stam is die jullie vijandig is, dan (is) het vrijlaten van een gelovige slaaf (genoeg). En als hij van een stam is met wie jullie een verdrag hebben, moet het bloedgeld aan zijn nabestaanden worden gegeven en een gelovige slaaf moet worden vrijgelaten. Wie dat niet voor elkaar krijgt, moet twee opeenvolgende maanden vasten, een boetedoening voor Allah; zeker, Allah heeft kennis en wijsheid.
93. Wie een gelovige opzettelijk doodt, zijn deel is de hel. Daar zal hij blijven. Allah zal zijn toorn op hem doen neerkomen en hem vervloeken en hem een pijnlijke straf bereiden.
Het verschil tussen moord en dood door schuld is erg groot in de Koran. Twee maanden vasten op z'n Ramadans (overdag niet eten maar 's nachts wel) is best te doen, de eeuwigheid in de hel doorbrengen daarentegen niet. Maar wacht - hoe komt die moordenaar eigenlijk in de hel? Mag hij daarop wachten tot hij van ouderdom sterft, of helpen zijn volksgenoten hem daarbij een handje?

Dat laatste moet het toch eigenlijk wel zijn. Maar als dit vers dat betekent, moeten we soortgelijke verzen, bijvoorbeeld waar niet-moslims met de hel worden bedreigd, misschien ook wel zo lezen. Een onheilspellende gedachte...

zondag 18 november 2012

Dans naar de pijpen

Soera 4:91

In vers 90 konden we uitzonderingen vinden op de regel in vers 89 dat moslims ongelovigen moeten uitroeien zodra ze binnen handbereik komen. Vers 90 kan in principe een basis vormen voor een wat vreedzamere co-existentie met de buren, maar dit moet niet te ruim werd opgevat:
91. Je zult anderen tegenkomen die het vertrouwen van zowel jullie als van hen (niet-moslims) willen, maar steeds in vervolging terugvallen. Als ze niet op een afstand blijven, jullie vrede aanbieden en hun handen thuis houden, dood ze dan waar je ze vindt. In hun geval is jullie een vergunning gegeven.
Dit is in overeenstemming met soera 2:191, waar de schrijver stelt dat 'vervolging' erger is dan doodslag, zodat het moslims is toegestaan aan het moorden te slaan als ze worden tegengewerkt. Hier spreekt een gewelddadige overwinnaar, die zich dit soort militante taal kan veroorloven zonder zich voor de rechter te hoeven verantwoorden. Toen de Koran werd geschreven, wáren deze moslims de rechters. God zij dank zijn ze dat in Nederland niet.

zaterdag 17 november 2012

Macht en vrede

Soera 4:90

"Neem ze gevangen en doodt hen waar je ze vindt"
, zo ging het in het vorige vers, maar verrassend genoeg komt er nu een uitzondering:
90. Behalve als ze mensen bereiken met wie jullie een verbond hebben...
Het zou natuurlijk ook al te gek zijn als moslimsoldaten op het terrein van een ander volk mensen gaan vervolgen. Hoewel? Tussen bevriende naties bestaan er doorgaans uitleveringsverdragen, maar de moslimstaat had die kennelijk niet. Dat zou kunnen betekenen dat de 'verbonden' niet vriendschappelijk waren en eerder het karakter van een wapenstilstandsovereenkomst hadden. En het is natuurlijk niet tactisch om in zo'n gespannen situatie gewapende politie over het terrein van de 'bondgenoot' te laten rennen. Vandaar.

En er is nóg een categorie die (onder voorwaarden) mag blijven leven:
(90) (...) en zij die bij jullie komen met een hart dat hen tegenhoudt jullie te bestrijden of hun eigen volk te bestrijden. Want als het Allah had behaagd, had hij hen macht over jullie gegeven, en zij hadden tegen jullie gestreden. Dus als ze zich van jullie terugtrekken en jullie niet bestrijden en jullie vrede aanbieden, dan is Allah er niet vóór dat jullie tegen hen op oorlogspad gaan.
Dit klinkt wel wat vredelievend. Als de tegenstander zich overgeeft, mag die niet meer worden aangevallen. Maar dat hoeft ook helemaal niet, in de logica van de koranschrijver, want als die tegenstander machtig genoeg was, zou hij wel ten strijde zijn getrokken in plaats van voor vrede te gaan. In de ogen van de islamiet is vredelievendheid dus een teken van zwakte.

Er zit trouwens nog wel een addertje onder het gras: de voorwaarden om niet aangevallen te worden omvatten ook het afzien van geweld jegens andere niet-moslims ("hun eigen volk"). Ik vermoed dat daarom volledige ontwapening van ze zal zijn geëist, want wat moeten ze met wapens als ze tegen niemand mogen vechten?

Dit was voor de buurlanden van de moslimstaten natuurlijk te veel gevraagd, en daarom heeft vers 90 niet gewerkt als een mechanisme om de uitdijende moslimstaat te beteugelen. Alleen militaire tegenstand van formaat maakte verschil. Dát werd begrepen als een bewijs van macht, en in het verlengde daarvan, als een signaal dat Allah wilde dat het daar zou stoppen.

Hieruit kunnen lessen worden getrokken voor wanneer men zich afvraagt hoe de expansie van een moslimstaat moet worden beteugeld: niet met vredesbesprekingen dus, maar met strijd. Dat is wat Allah behaagt.

maandag 12 november 2012

Zuiveringen

Soera 4:87-89
87. Allah - er is geen god behalve hij. Hij zal jullie verenigen op de dag van de opstanding, daarover is geen twijfel. En wie is geloofwaardiger dan Allah?
Interessant is de uitdrukking: "daarover is geen twijfel". Die vinden we namelijk ook in de aanhef van soera 2, maar daar heeft die opsteker betrekking op "dit/dat boek", waarvan moslims geloven dat dat de Koran is. Maar zo boven alle twijfel verheven is de Koran niet. Nog gammeler is het laatste deel vers 87, "wie is geloofwaardiger dan Allah?" We kunnen onmogelijk beoordelen of Allah geloofwaardig is, maar als hij zijn fiat aan de Koran heeft gegeven, moeten we zeggen: niet erg geloofwaardig.

Dit vers lijkt een opstapje naar een oproep aan moslims om niet verdeeld te raken. Bijvoorbeeld over het volgende onderwerp:
88. Wat is er (dan) met jullie dat (er) m.b.t. de huichelaars twee kampen (zijn), terwijl Allah ze heeft teruggeworpen, zoals ze hadden verdiend? Wil je hen leiden die Allah heeft laten dwalen? Wie Allah op een dwaalspoor heeft gebracht, zul jij niet (meer) op het goede pad brengen.
Wie zijn die "huichelaars"? Ze worden in één adem genoemd met "ontkenners" in soera 66:9. Volgens 3:167 zijn het dienstweigeraars, in 4:61 mensen die de islam niet openlijk tegenspreken, maar als het er op aankomt toch geen moslim willen worden.

Nu waren er in de tijd van de koranschrijver kennelijk twee stromingen, een gematigde en een minder gematigde. De gematigde wilde nog wel wat moeite doen om de moslims-op-wieltjes over de streep te trekken, maar de koranschrijver wilde daar niets van weten. Wat is dan zijn voorstel? Dat lezen we in vers 89:
89. Ze willen dat jullie ontkennen zoals zij ontkennen, zodat jullie bij hen gaan horen. Word dus geen vrienden met een van hen, tot ze vluchten op de weg van Allah. Maar als ze terugkeren, neem ze dan (gevangen) en dood ze waar je ze ook vindt; zoek onder hen geen vriend of hulp.
Wie niet van plan is modelmoslim te worden, moet dus maken dat hij wegkomt en nooit meer terugkomen.

zaterdag 10 november 2012

De boekhouder

Soera 4:85-86
85. Wie zich mengt in een goede zaak, zal een deel van de opbrengst krijgen, maar wie zich mengt in een slechte zaak, zal daarvoor de rekening betalen. En Allah houdt alles bij.
Wil dit niet het intrappen van een open deur zijn, dan moet dit wel betekenen dat bij een treffen tussen moslims en niet-moslims de laatstgenoemden mogen worden uitgeklopt door de eerstgenoemden. Zo wordt oorlogspraktijk, the winner takes it all, ineens een religieus dogma.
86. En als iemand je met een groet tegemoet treedt, breng dan een betere groet, of beantwoord die (tenminste). Zeker, Allah houdt van alles de rekening bij.
Het begroeten van iemand, een uitwisseling van vriendelijkheden, wordt op deze manier iets van religieus gewicht waarbij nota bene Allah de punten telt.

Wat deze twee verzen met elkaar te maken hebben? Ik zou het niet weten. Het gaat wel hard met het aantal artikelen zo.

donderdag 8 november 2012

Bevorder de dood

Soera 4:84
84. Vecht dan op de weg van Allah. Je zult niet belast worden behalve voor jezelf, maar doe een beroep op de gelovigen, misschien zal Allah de ontkenners beteugelen; want Allah is sterker in macht en sterker in straffen.
De koranschrijver roept dus zowel moslims als Allah te hulp bij het bestrijden van de ontkenners, die wat hem betreft gestraft moeten worden. Maar gestraft waarvoor? Niet voor geweldpleging, want daaraan deden de moslims óók. Waarvoor dan wel? Volgens 2:217 is er één ding erger dan moord & doodslag: het onderdrukken van de islam. Dus het tegenwerken van moslims in hun poging de islam te bevorderen is al genoeg legitimatie voor een ongenadig pak slaag. De wereld is gewaarschuwd.

zondag 4 november 2012

Veiligheid

Soera 4:83
83. Maar als zij een beveiligingsopdracht of bedreiging ontvangen, dan gaan ze roepen. (...)
Dit vers is moeilijk te begrijpen. De Engelse vertalers weten ook niet goed wat ze ermee aanmoeten. Bijvoorbeeld de (doorgaans nogal letterlijke) vertaling van Shakir:
And when there comes to them news of security or fear they spread it abroad;
Waarom zou je je naar het buitenland wenden voor hulp als de seinen juist op veilig gaan? Het lijkt mij logischer dat men tot hulp roept als er iets moet worden gedaan waar men zelf niet toe in staat is. Yusufali maakt er dit van:
When there comes to them some matter touching (public) safety or fear, they divulge it.
Het "nieuws" is hier een "zaak"; het "doorgeven naar het buitenland" is vervangen door het neutralere "openbaarmaken". Met zo weinig mogelijk interpreteren lezen we dus dat "zij" te horen krijgen dat er iets is met de veiligheid of met de angst (door onveiligheid).

De rest van het vers is nog vager. Het gaat ongeveer zo:
83. (...) Hadden ze de boodschapper maar gevraagd, en de juiste mensen onder hen, die zouden het wel hebben geweten. Als Allah jullie niet welgezind en genadig was geweest, dan zouden jullie de satan ook hebben gevolgd, behalve een paar.
De toon is gezet. Als de anderen een veiligheidsprobleem hebben, dan hadden ze maar naar de boodschapper of naar de juiste mensen in hun eigen midden moeten luisteren. Nu lopen ze de satan achterna - de moslims gelukkig niet.

Allah's bril

Soera 4:82
82. Overpeinzen zij de Koran dan niet? En als het aan anderen dan aan Allah had gelegen, hadden ze daarin veel afwijkingen gevonden.
Wat een vreemde constructie. Wij zouden zeggen: "Als het aan mij gelegen had, dan had je het nu wel begrepen." De koranschrijver draait het om: "Als het aan alle anderen gelegen had, dan had je het nu wel verkeerd begrepen."

Anders gezegd, de Koran is alleen goed te begrijpen als je je uitsluitend van Allah (lees: Mohammed) wat aantrekt. Alleen dan zie je er geen afwijkingen in. Dan zie je de afwijkingen in de andere boeken zeker! En inderdaad, moslims geloven dat in geval van conflict de Koran juist is (en bijvoorbeeld de Bijbel niet).

zaterdag 3 november 2012

Halfgod met nachtkijker

Soera 4:79b-81
79. (...) We hebben jou als boodschapper naar de mensen gestuurd. Allah voldoet als getuige.
80. Wie de boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt Allah...
De boodschapper, Mohammed volgens de moslims, is dus een plaatsvervanger van Allah: wie Allah wil gehoorzamen, gehoorzaamt eenvoudig Mohammed. Probeer je eens voor te stellen wat dat in een ander verband zou betekenen. Stel dat de Overheid zou zeggen dat wie een zekere Jan Janszen gehoorzaamt, zich houdt aan de Nederlandse wet. Dan is Jan vanaf dat moment de wet. Op dezelfde manier is vanaf vers 80 Mohammed in feite god, want alles wat Mohammed zegt dat er moet gebeuren, dat moet gebeuren alsof Allah het had gezegd.
80. (...) Maar wie zich afkeert, op hen hoef je van ons niet te passen.
Dit klinkt licht onheilspellend. Dat betekent misschien dat mensen die de islam niet blieven en binnen een moslimstaat wonen, niet langer kunnen rekenen op wettige bescherming. Ze zijn vogelvrij.
81. Ze zeggen (wel) "gehoorzaamheid", maar als ze buiten je beeld zijn, maakt een deel van hen 's nachts plannen om andere dingen te doen dan jij hebt gezegd. Maar Allah schrijft op wat ze 's nachts besluiten. Keer je daarom van hen af en vertrouw op Allah, en Allah voldoet als zaakwaarnemer.
Net als in vers 79, waar Allah als enige voor Mohammed kan instaan, is Allah hier de enige die de zaken van de moslims kan behartigen. De moslims hebben de anderen niet nodig. En dat is maar goed ook, want ze zijn niet te vertrouwen, die anderen. 's Nachts spoken die van alles uit. Daar zijn wel geen getuigen van, maar Allah weet het! En omdat het in de Koran staat, weten de moslims het nu ook. Maar of het ook wáár is...?

maandag 29 oktober 2012

Dood aan de pacifisten!

Soera 4:78-79

In de verzen 74 en 77 richt de koranschrijver zich tegen moslims die weigeren te vechten. Hij probeert ze daar met beloftes te motiveren. Maar in het volgende vers gaat hij uit een ander vaatje tappen:
78. Waar je ook bent, de dood zal je weten te vinden, al zit je hoog in een sterke toren...
Dit is dus een vervloeking aan het adres van de pacifistische moslim. Misschien is het zelfs een dreigement. Vervolgens gaat de schrijver verder met de pacifisten in de derde persoon:
78. (...) Als het ze meezit, zeggen ze: "Dit is van Allah", maar als ongeluk ze treft, zeggen ze: "Dat is jouw schuld!" Zeg (dan tegen hen): "Alles komt van Allah." Wat is er toch met die lui dat ze er nauwelijks een woord van begrijpen?
De moslim die aan het woord is, gaat niet in op de beschuldiging dat hij de oorzaak is van het leed van andere moslims. In plaats daarvan geeft hij Allah de schuld, want "alles komt van Allah". Maar in het volgende vers neemt hij daar meteen weer afstand van:
79. Wat je voor goeds overkomt, is van Allah; maar het ongeluk dat je overkomt, komt door jezelf...
Kon de Koranschrijver niet kiezen wie hij de schuld zou geven? Van één ding lijkt hij in elk geval zeker, namelijk dat de vechtjassen niets te verwijten valt. De logica van de Koran is ondoorgrondelijk.

zondag 28 oktober 2012

Vijf redenen

Soera 4:71-77
71. O jullie die geloven! Bereid je voor en trek op in groepen of met z'n allen.
72. Maar er is vast iemand bij die achterblijft. Als het jullie dan tegenzit, zal hij zeggen: "Allah had het goed met me voor, dat ik niet bij hen was!"
73. Maar als het jullie meezit, dankzij Allah, dan zal hij zeker zeggen, alsof jullie geen vrienden waren: "Was ik maar bij hen geweest, dan had ik een groot succes behaald!"
Vers 73 moet appelleren op het gevoel van spijt dat ontstaat als je iets hebt gemist omdat je iets niet hebt gedaan. Bij mannen werkt dat. Daar staat dan vers 72 tegenover, dat volledigheidshalve meldt dat je ook tegenslagen kan "missen", maar daar gaat het volgende vers iets aan veranderen. De strekking daarvan is eigenlijk dat het altijd meezit, ook als het tegenzit:
74. Laten zij strijden op de weg van Allah, die het leven van deze wereld opgeven voor het hiernamaals. Want wie strijdt op de weg van Allah, of hij nu gedood wordt of overwint, wij zullen hem een grote beloning geven.
Dit perspectief moet ook de thuisblijver over de streep trekken: naast de kans op overwinning, met bijbehorende buit, wacht er sowieso een grote beloning in het hiernamaals. Altijd prijs dus.

Je zou zeggen dat zo'n mooie boodschap - hoewel minder mooi voor de tegenstanders - verder geen toelichting of benadrukking meer nodig heeft. Maar de schrijver was kennelijk toch niet helemaal zeker van zijn zaak, vandaar het vervolg:
75. Wat voor reden zou je hebben om niet te vechten op de weg van Allah, van de zwakken van de mannen, vrouwen en kinderen, zij die zeggen: "O Heer, laat ons uit deze stad van de onrechtvaardige mensen, en geef ons een voogd van U, en geef ons een hulp van U!"
76. Zij die geloven, strijden op de weg van Allah, en zij die ontkennen, vechten op de weg van de afgoden. Strijd dus tegen (de) vrienden van de satan; (wees gerust:) het (strijd)plan van de satan is zwak.
Twee extra redenen om de wapens op te nemen: voor die zielige moslims die gebukt gaan onder het niet-islamitische bestuur van hun stad, en tegen de satan en zijn trawanten, dat wil zeggen, zij die de islam niet accepteren. Maar is er dan geen vreedzaam alternatief? Nee:
77. Heb je hen niet gezien tegen wie gezegd werd: "Hou je handen thuis, bid (gewoon) en betaal de zakaat"? Maar als ze opdracht krijgen om te vechten, is een deel van hen bang voor mensen zoals ze bang voor Allah hadden moeten zijn. Ze zeggen: "Heer, waarom moeten we nou vechten? Kon dat niet tot later wachten?" Zeg (dan): "Wat deze wereld te bieden heeft, is eindig. Het hiernamaals is beter voor hem die vreest. En je zult voor geen sikkepit benadeeld worden."
Het ging hier dus om mensen die de noodzaak er niet van inzagen om de wapens te pakken, misschien omdat ze wat te verliezen hadden, misschien ook omdat er eigenlijk geen gevaar voor hen persoonlijk dreigde. En toch moesten ze eraan geloven, met religieuze redenen. Wie na het lezen van deze verzen nog steeds denkt dat de islam een religie van vrede is...

Mohammeds vrienden?

Soera 4:69-70
69. En wie Allah en de boodschapper gehoorzamen, die (zullen) horen bij hen die Allah gezegend heeft van de profeten en de heiligen en de martelaren en de rechtvaardigen. En zij zijn goed gezelschap!
70. Dat is de genade van Allah, en het is afdoende (dat) bij Allah kennis (is).
Vers 69 is niet helemaal origineel. Zo lezen we in het Bijbelboek Openbaringen bijvoorbeeld dit:
Op. 18:24. En het bloed van profeten en heiligen en van allen die geslacht zijn op de aarde, is in deze stad gevonden.
En dit:
Op. 11:18. (...) en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, (...)
De overeenkomst is opvallend, maar zelfs de beroemde korancommentator Ibn Kathir had dat gemist of hij besloot het niet te noemen. Hij zou natuurlijk ook wel aan de gang kunnen blijven, want het aantal variaties op Bijbelteksten in de Koran is werkelijk enorm.

Het vervelende van het Koranische jatwerk is alleen de verandering van de betekenis. Gaat het in Openbaringen over de beloning van de heiligen, in de Koran gaat het over de beloning van de mensen die geloven in "Allah en de boodschapper". Alleen was de boodschap van die boodschapper heel anders dan het Evangelie waarover Openbaringen gaat. De Koran brengt een anti-evangelie: Jezus was niet de zoon van God, niet gestorven aan een kruis en niet opgestaan uit de dood. Daarnaast roept de Koran op tot achterdocht, discriminatie, uitsluiting, verduistering en gewapende strijd. En de lui die dat in de praktijk brengen, mogen aanschuiven bij profeten, heiligen, martelaren en rechtvaardigen?

vrijdag 26 oktober 2012

Oorlogspad

Soera 4:66-68
66. En als we hen de opdracht hadden gegeven om hun leven op te geven of hun huizen te verlaten, zouden slechts weinigen dat hebben gedaan. Maar als ze gedaan hadden wat hun gezegd werd, dan zou dat beter zijn geweest voor hen, en versterkend.
67. En in dat geval zouden wij hen een grote beloning hebben gegeven.
68. En we zouden hen op het rechte pad hebben geleid.
De mensen waarover de schrijver het hier heeft, zijn kennelijk geen echte moslims. Of helemaal geen moslims. We zien hier dus wat er van hen werd verwacht om tot echte moslims te worden gerekend: huis verlaten, levensgevaarlijke dingen doen. Wat zou dat kunnen zijn, anders dan het voeren van oorlog? En inderdaad is dat precies waar moslims zich de eerste eeuwen mee bezig hielden: oorlog voeren tegen iedereen. Het "rechte pad" valt samen met het oorlogspad.

woensdag 24 oktober 2012

Buig voor de eenheidsprofeet

Soera 4:64-65
64. We stuurden geen boodschapper behalve om gehoorzaamd te worden, met de toestemming van Allah. (...)
Er is een probleem met het gehoorzamen van die boodschappers. Want in de Bijbel, waar die boodschappers (profeten) uitgebreid aan het woord komen, zeggen ze dingen die niet stroken met de islam. De oplossing voor dat 'probleem' is Profeten 2.0: de Koran. Hier praten de boodschappers tenminste als echte moslims. Volgens de islam is deze versie de juiste, en moet die gehoorzaamd worden. En als joden en christenen het daar nou niet mee eens zijn? Dan komen de problemen:
64. (...) Waren ze maar, toen ze zichzelf benadeeld hadden, bij jullie gekomen om vergeving te vragen van Allah, (dan) zou de boodschapper (ook) vergeving voor hen hebben gevraagd; (dan) zouden ze ontdekt hebben dat Allah vergevingsgezind en barmhartig is.
De tekst hier beweert dat de ongelovigen zichzelf in de nesten gewerkt hadden, maar we mogen gerust aannemen dat de werkelijkheid anders was. De islam verspreidde zich met geweld en liet een spoor van verwoestingen na; bovendien werd iedereen die niet op de knieën ging met de dood bedreigd. De narigheid kwam dus van buiten de eigen kring. Maar wat konden de overwonnenen anders doen, na aanvankelijk verzet, dan zich overgeven? Het volgende vers laat zien hoe de koranschrijver die overgave het liefst zag:
65. Maar nee, ze zullen niet geloven totdat ze jou hebben aangesteld als rechter over de twistzaken die ze onderling hebben, en ze in hun hart geen moeite (meer) hebben met je besluiten, en zich volledig onderwerpen.
Die onderlinge twistzaken waren natuurlijk de dilemma's waar men voor kwam te staan toen Mohammeds volgelingen ineens de baas waren, en het raadt je de koekoek dat de meningsverschillen van de baan waren als de overwonnenen zich eenmaal volledig aan hun nieuwe meesters hadden onderworpen. En zo kon het gebeuren dat het Midden-Oosten en heel Noord-Afrika in slechts enkele decennia vrijwel volledig geïslamiseerd (dus "onderworpen") werden.

zondag 21 oktober 2012

Wie heeft het gedaan?

Soera 4:62-63
62. Maar wat als hun rampen overkomen door wat hun handen hebben veroorzaakt? Dan zullen ze bij jou komen en bij Allah zweren: "Wij wilden alleen het goede en juiste."
Dat lijkt me onwaarschijnlijk. Dat ze uit eigen beweging zouden komen, bedoel ik. De christenen en joden uit Mohammeds tijd zullen al gauw geleerd hebben dat je voor hulp en bijstand niet bij moslims moet wezen, dus moet het hier wel gaan over een arrestatie. Eens zien wat er verder gebeurt:
63. Zij zijn het van wie Allah weet wat er in hun hart leeft ...
Waar rechters nog wel eens moeite mee hebben, is voor Allah geen probleem. Zouden zijn volgelingen ook denken dat Allah hen inlicht? Dan is bewijsvoering namelijk niet meer nodig en kunnen de 'criminelen' meteen gevonnist worden:
63. (...) Dus stel je tegenover hen op en wijs ze terecht, lees ze de les over zichzelf in ferme bewoordingen.
Kijk eens aan. En wat er verder gebeurt kunnen we op dit moment alleen maar raden. Op zijn best worden ze hierna vrijgelaten.

Maar deze procedure laat één ding duidelijk zijn: als er rampen gebeuren en er zijn joden of christenen te vinden die er op de één of andere manier iets mee te maken lijken te hebben, dan kunnen moslims hen met een beroep op dit soort verzen als de schuldige aanwijzen. Het is precies deze reflex die in het hele Midden-Oosten werkt: alle misère, inclusief de kwaliteiten van de dictaturen daar, is op de één of andere manier de schuld van het christelijke Westen en/of van de joden. U weet nu hoe dat komt.

vrijdag 19 oktober 2012

De boodschapper tegen de paus

Soera 4:59-61
59. O, jullie die geloven! Gehoorzaam Allah en gehoorzaam de boodschapper en hen die onder jullie de leiding hebben gekregen. Als jullie van mening verschillen over iets, leg het dan voor aan Allah en zijn boodschapper, als jullie (tenminste) geloven in Allah en de laatste dag. Dat is het beste, uiteindelijk is het beter.
Dat "voorleggen aan Allah en de boodschapper" is natuurlijk niet zo eenvoudig in de praktijk te brengen. In het verleden hebben allerlei moslimgeleerden de openstaande vragen dus zelf maar beantwoord, met als resultaat de sharia. Hierbij waren de bundels met uitspraken en handelingen van Mohammed zeer behulpzaam; in feite zijn die boeken een stuk uitgebreider dan de Koran. Maar daarover zullen we het nu niet hebben.
60. Heb je niet gelet op hen die (je) verzekerden dat ze geloven in wat je is geopenbaard en wat vóór jou was geopenbaard? (...)
Hier verwijst de schrijver naar dat andere boek, de Bijbel. En hier is iets merkwaardigs mee. Het is namelijk niet mogelijk om tegelijk de Bijbel en de Koran te geloven: de Koran spreekt de Bijbel op talloze plekken tegen. Dus wat denkt de koranschrijver wel?
60 (...) (Maar eigenlijk) willen ze recht laten spreken door de boze, hoewel ze hem moesten afwijzen. En de satan wil hen op een ver dwaalspoor brengen.
61. En als tegen hen gezegd wordt: "Kom tot wat Allah heeft geopenbaard, en tot de boodschapper", dan zul je zien dat de huichelaars zich in walging afkeren.
Het gaat hier over mensen die weliswaar zeggen dat de moslims het juiste geloof aanhangen, maar als puntje bij paaltje komt zich toch niet bij hen aansluiten. Dat is merkwaardig, maar verklaarbaar. Gezien de manier waarop de Koran tegenstanders van de islam bedreigt, is het verstandig te doen alsof je de islam in de haak vindt, vooral als je onder mohammedaans bestuur leeft.

Wat moeten we nu denken van "de boze" die in vers 60 de favoriete rechter van de bedreigden is? Dat wordt speculeren, maar er zou een paus mee bedoeld kunnen zijn. Die pausen waren niet allemaal even geweldig, ook in de ogen van christenen niet, zodat het voor de koranschrijver een inkoppertje was om zo'n man van demonische trekjes te beschuldigen.

maandag 15 oktober 2012

Scheef recht

Soera 4:57-58
57. Zij die geloven en goede daden doen - we zullen hen binnenlaten in tuinen waaronder rivieren stromen, om daar voor eeuwig te blijven. Zij zullen daar partners hebben die smetteloos zijn en wij zullen ze plaatsen in schaduw en lommer.
Het beeld dat de Koran geeft van de hemel (zie bijvoorbeeld ook 2:25) is eigenlijk nogal aards. Het is ook niet erg sociaal: afgezien van de 'partners' is er geen sprake van dat moslims daar mede-moslims tegenkomen, laat staan Mohammed of Allah zelf.

Wat voor "goede daden" moet een moslim eigenlijk doen om in de moslimhemel te komen? Het volgende vers zou een tipje van de sluier kunnen oplichten:
58. Zeker, Allah draagt je op de stortingen terug te geven aan de eigenaren, en als je oordeelt tussen mensen, dat je dat op een rechtvaardige manier doet. Zeker, gepast is wat Allah je opdraagt; Allah is toehoorder en meekijker.
Moet het nalaten van verduistering een "goede daad" heten? En is het iets bijzonders als een rechter volgens de wet rechtspreekt?

Dat islamitisch rechtspreken is op zichzelf overigens niet rechtvaardig. Zo worden vrouwen en niet-moslims ernstig achtergesteld. Maar deze toestand moet een goede moslimrechter dus handhaven, wil hij een plekje in de hemel krijgen. Zou hij rechtspreken zoals wij dat gewend zijn, dus zonder te discrimineren, dan zou dat tegen de islam ingaan. En dat kan natuurlijk niet.

zaterdag 13 oktober 2012

De omgekeerde wereld

Soera 4:55-56
55. Sommigen van hen geloven, maar anderen keren zich van hem af. Er is genoeg (plaats in de) hel om te branden.
56. Zeker, zij die onze tekenen ontkennen, zullen wij in het vuur werpen. Telkens als hun huid verbrand is zullen we die vervangen door een nieuwe huid, zodat zij de straf zullen ervaren. Zeker, Allah is machtig en wijs.
En sadistisch! En daarnaast: deze gruwelijke straf is niet voor folteraars, massamoordenaars en dergelijk tuig, maar gewoon voor mensen die (terecht) de islam afwijzen. Wat krijgen echte misdadigers dan? De hemel soms?

(Inderdaad: moslims die sterven op "de weg van Allah", dat wil zeggen bij het beroven en afslachten van niet-moslims, mogen rekenen op een plekje in de tuin van Allah)

Gij zult begeren

Soera 4:54
54. Of zijn ze (soms) jaloers op de mensen, om wat Allah van zijn overvloed aan hen gegund heeft? (...)
Waarom zouden ze Mohammed en zijn vrienden wat misgunnen? Nou, in de Tradities (hadith) valt te lezen dat de Mohammedanen aan de kost kwamen met klaplopen en berovingen. Later leefden ze van de buit van veldtochten, belegeringen en afpersing. Het is dan wel bijzonder brutaal om de mensen die hier schande van spreken jaloezie te verwijten.
54. (...) Zeker, wij hebben Ibrahims kinderen het Boek en wijsheid gegeven, en we hebben hen een groot koninkrijk gegeven.
De koranschrijver zal hier ongetwijfeld aan het Oost-Romeinse Rijk gedacht hebben, een rijk overigens dat vanaf die tijd door de moslims zou worden bedreigd en uiteindelijk vernietigd. Want na het plunderen van Arabië moesten nieuwe gebieden worden veroverd en andere mensen "jaloers" worden gemaakt.

vrijdag 12 oktober 2012

Vervloekte krenten

Soera 4:52-53
52. Die zijn het die Allah vervloekt heeft. En wie Allah vervloekt heeft: je zult voor hem geen hulp vinden.
53. Of hebben ze een aandeel in het koningschap? Als (dat zo is), (waarom) geven ze de mensen (dan) geen jota?
De vervloekingen gelden zoals gebruikelijk in de Koran voor mensen die er een ander godsbeeld op na houden dan moslims (vers 50). In vers 53 zien we een aanwijzing dat de koranschrijver hier christenen bedoelt: Jezus had het in zijn toespraken namelijk vaak over het "koninkrijk van de hemel". Uiteraard gaat het in dat koninkrijk niet over materiële zaken, zodat de vraag van de koranschrijver een beetje onnozel is. Of het is bedoeld als sarcasme, dat kan natuurlijk ook.

Dat christenen niet zo graag geld gaven aan moslims kon best een goede reden hebben. Bij leningen moesten ze namelijk accepteren dat moslims geen rente betalen. Ze moesten er zelfs rekening mee houden dat die leningen nooit werden afgelost (volgens soera 2:280). En tenslotte vond men moslims misschien gewoon niet aardig, bijvoorbeeld door die vervloekingen zoals in vers 52.

dinsdag 9 oktober 2012

Zeker niet

Soera 4:49-51
49. Heb je niet gelet op hen die zichzelf als heilig beschouwen? Alleen Allah maakt heilig, (en alleen) wie hij wil. Zij zullen voor geen dadelpit benadeeld worden.
50. Kijk eens hoe zij leugens over Allah fabriceren! Dit is genoeg (bewijs) voor een duidelijke zonde.
51. Heb je niet gelet op hen aan wie een deel van het Boek werd gegeven? Zij geloven in demonen en afgoden, en zeggen tegen hen die ontkennen dat ze beter geleid zijn dan zij die geloven in de weg.
"De weg" was in de beginjaren van het christendom de term die de gelovigen zelf gebruikten, maar het lijkt een beetje onwaarschijnlijk dat de koranschrijver dat hier ook bedoelt. Hij bedoelt natuurlijk de islam. "Hen die ontkennen" zijn daarentegen alle niet-moslims, inclusief de joden van vers 51. De verzen 49 en 50 gaan vermoedelijk over christenen, de andere groep die er in de Koran aan moet geloven. Beschouwen christenen zichzelf als heilig? In zekere zin wel. Paulus zegt het in het 3e hoofdstuk van de brief aan de Romeinen zo:
22. ... gerechtigheid van God door het geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid.
Maar de koranschrijver gelooft niet in Jezus Christus. En met Allah weet je het nooit, dat weet de koranschrijver wel zeker. Daar heb je als Mohammedaan wat aan, of niet soms?

zondag 7 oktober 2012

Doodzonde

Soera 4:48
48. Zeker, Allah vergeeft het associëren niet, maar hij vergeeft al het andere aan wie hij wil. Wie (iemand) met Allah associeert, begaat een vervalsing, een grote zonde.
In soera 2:165 lazen we al wat de koranschrijver van het christendom vindt, maar hier gaat hij nog een stapje verder. Het lijkt misschien een algemeen verhaal, maar de Koran richt zich in het bijzonder tegen joden en christenen, en dit vers zal daar geen uitzondering op zijn. Volgens christenen heeft God een Zoon, die zelf óók God is. Christenen associëren in de ogen van moslims dus iemand met Allah, namelijk een zoon. Voor de islam is dit shirk, afgoderij, een onvergeeflijke zonde, erger dan elk denkbaar kwaad.

vrijdag 5 oktober 2012

Doorslaande argumenten

Soera 4:46-47
46. Van de Joden zijn er die woorden uit hun verband halen en verdraaien. Ze zeggen: "We hebben het gehoord maar luisteren niet", en: "Luister naar wat je niet kunt horen", en: "Luister naar ons!" Ze verdraaien de woorden met hun tong en halen de godsdienst door het slijk. Maar als ze hadden gezegd: "We hebben het gehoord en gehoorzamen", en: "Luister, en kijk naar ons", dan zou dat beter zijn geweest voor hen, en gepaster. Maar Allah heeft hen vanwege hun ontkennen vervloekt. Zij geloven (dus) niet, behalve een klein deel (van hen).
De schrijver kon niet lachen om de grapjes van de Joden, die er schijnbaar een handje van hadden de islamprediker met zijn eigen woorden voor schut te zetten.

Het draait in dit vers om luisteren. De Joden vonden het islamitische gepraat niet om aan te horen. Ze wilden er niet naar luisteren en er al helemaal niet naar handelen. De moslimspreker werd niet op zijn woord geloofd, wat de schrijver niet netjes vindt. Maar volgens hem is er iets anders dat de Joden zou moeten overtuigen, namelijk hun eigen boek (de Tenach):
47. O (van) jullie aan wie het Boek gegeven is! Geloof wat wij geopenbaard hebben, wat bevestigt wat jullie (al) hebben, ...
De schrijver dacht dat het Joodse religieuze boek (de Tenach) de boodschap van zijn religie wel zou onderstrepen. Hij wist kennelijk niet wat wij wel weten, namelijk dat daar geen sprake van kon zijn. Het beroep op de Tenach had dus ook geen zin. En dan speelt de schrijver zijn laatste troefkaart uit:
47 (...) voordat we jullie gezicht omkeren of jullie vervloeken zoals we de sabbatsontheiligers vervloekten. Wat Allah gebiedt, gebeurt.
Dreigen! Dat werkt altijd. Vooral als je die dreigementen zo af en toe zelf waarmaakt. Uit de geschiedenis van de islam weten we dat deze benadering uitstekend heeft gewerkt, en ook tegenwoordig blijkt de kracht van de islam toch vooral in de dreigementen te zitten.

zondag 30 september 2012

Scherp argument

Soera 4:44-45
44. Heb je niet gelet op hen aan wie een deel van het Boek is gegeven? Zij handelen in misleiding en willen jullie van de weg laten afdwalen.
45. Maar Allah weet van jullie vijanden, en Allah is genoeg als voogd, Allah is genoeg als hulp.
Iets dergelijks lazen we al in soera 2:217 en in 3:99. In soera 2 verdedigt de schrijver dat mensen die de islam tegenwerken worden bestreden en gedood. Vers 45 is dus een self-fulfilling prophecy: eerst beweren dat de Bijbelaanhangers vijanden zijn, en ze vervolgens te lijf gaan.

Koran met kromzwaarden, sym-
bool van de moslimbroederschap
Eigenlijk is dit een zwaktebod. Als het zou lukken om de niet-moslims met argumenten te overtuigen, dan is het toch niet nodig om ze de hersens in te slaan? Maar het probleem van de islam is dat de argumenten niet overtuigen. De Koran is een gemankeerd boek dat alleen kan worden begrepen in het licht van andere boeken (de Bijbel) en een moraal uitdraagt waarvan je de tranen in de ogen springen. Het enige doorslaande argument van de islam is dat van het zwaard.

zaterdag 29 september 2012

Schijnschoon

Soera 4:43

Ging het in het vorige vers nog over grootse zaken, ineens staan we weer met beide benen op de grond - en lager:
43. O, jullie die geloven! Neig niet tot gebed wanneer je dronken bent, totdat je (weer) weet wat je zegt, en niet als je ongewassen bent - behalve op de weg op reis - tot je in bad geweest bent. Maar als je ziek bent, of op reis, of als een van jullie van het toilet komt of met vrouwen in contact is geweest en je vindt geen water, neem dan schone aarde en veeg daarmee je gezicht en je handen af; Allah aanvaardt excuses en is vergevingsgezind.
Een 'schoon' varken - het voorbeeld?
Iedereen weet dat je niet echt schoon wordt als je je wast met klei of zand. Maar goed, het is een noodoplossing dus vooruit dan maar. Alleen, waarom moet je gewassen zijn voordat je kunt bidden? Kan Allah de gebeden anders niet horen, of walgt hij zo van de viezigheid dat hij het niet kan opbrengen te luisteren? Zulke regels brengen vooral deze boodschap over: Allah vind schone schijn belangrijker dan gebed. Waarvan akte.

dinsdag 25 september 2012

De Getuige

Soera 4:41-42
41. Hoe (zou het gaan) als we van alle volken een getuige brachten, en we jou als getuige tegen hen brachten?
42. Op die dag zouden zij die ontkennen en de boodschapper niet gehoorzamen, wensen dat de aarde hen zou bedekken. Maar zij zullen geen woord voor Allah kunnen verbergen.
Hoewel we nog steeds uit Soera de Vrouwen lezen, gaat het inmiddels over heel iets anders. Maar over wat precies? De beeldspraak in vers 42 doet wat denken aan een passage in het 6e hoofdstuk van het Bijbelboek Openbaringen:
16. En zij zeiden tegen de bergen en de rotsen: Val op ons en verberg ons voor het aangezicht van Hem Die op de troon zit, en voor de toorn van het Lam. (HSV)
(Met het Lam wordt hier Jezus bedoeld, wat de anti-christelijke koranschrijver natuurlijk niet overgenomen heeft.) Dat beeld van die ene getuige die optreedt tegen getuigen uit alle volken vinden we in dat zelfde boek, in het eerste hoofdstuk:
5. ... van Jezus Christus,  Die de getrouwe Getuige is, (...) [7] Zie,  Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij  die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven... (HSV)
Moslims denken dat in soera 4 wordt gedoeld op een zekere Mohammed, "de geprezene", een titel die eerder van toepassing is op Jezus dan op de roverhoofdman die door moslims wordt vereerd.

zondag 23 september 2012

Alleen anonieme weldoeners

Soera 4:38-40
38. En (hetzelfde geldt voor) hen die hun bezittingen besteden om door mensen gezien te worden en niet in Allah geloven en niet in de laatste dag. En wat betreft hem die de satan als zijn metgezel heeft: dat is een slechte metgezel!
Dit vers moet haast wel een vervolg zijn op het vorige vers om logisch te zijn. In vers 37 worden gierigaards bedreigd met een vernederende straf, dat geldt dan dus ook voor mensen die het fijn vinden om anderen te laten zien hoe gul ze wel zijn. Dat lijkt mij een beetje overdreven. Vergelijk dat eens met een passage uit het Nieuwe Testament, het evangelie volgens Mattheüs:
6.2: Wanneer u dan een liefdegave geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars in de synagogen en op de straten doen, opdat zij door de mensen geëerd zouden worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al.
Jezus zet hier geen straf op het binnenhalen van eer, hij zegt alleen dat mensen die loon van God verwachten het niet zo moeten aanpakken.

Terug naar Soera 4. Vers 38 eindigt met een tamelijk onnozele vaststelling, namelijk dat je met de duivel aan je zijde niet in goed gezelschap bent. Of bedoelt de schrijver soms te beweren dat je met openlijk de weldoener uithangen de duivel naast je hebt? Vreemd.
39. Wat is er nou zo moeilijk voor hen om te geloven in Allah en de laatste dag en uit te delen van wat Allah hen gegeven heeft? En Allah kent hen.
Nou ja, met al die dreigementen wordt het wel een stuk makkelijker. En met de volgende belofte wordt het nóg makkelijker:
40. Zeker, Allah benadeelt niet voor het gewicht van een korrel, maar als er iets goeds (gedaan wordt), vermenigvuldigt hij het, en geeft van zichzelf een grote beloning.
Kijk, louter voordelen! Je vraagt je af hoe het nog mogelijk is dat er rijke moslims zijn.

zaterdag 22 september 2012

Communistische rovers

Soera 4:37
37. Zij die gierig zijn en anderen ertoe brengen gierig te zijn en verbergen wat Allah hen van zijn overvloed heeft gegeven, nou, wij hebben voor de ongelovigen een vernederende straf.
In vers 36 lazen we al over een lange rij goede doelen waar de moslim zijn geld aan kan geven. In feite kan hij daar helemaal op leeglopen. Nu staat hij voor een dilemma. Moeten al die anderen van vers 36 precies zo veel hebben als hijzelf, om onder de vloek van vers 37 uit te komen? Dit soort verplicht verdelen van de welvaart doet denken aan het communisme, en we weten inmiddels wat daarvan komt.

De vroege moslimmaatschappij moet ook met dat probleem geworsteld hebben, namelijk dat mensen niet bereid zijn zich uit de naad te werken voor de wijde omgeving. Dan blijft er nog maar één ding over, namelijk om ánderen voor dat werk te laten opdraaien. Geen wonder dat het islamitische rijk groot werd met slavernij en het beroven van naburige beschavingen.

vrijdag 21 september 2012

Allah alleen?

Soera 4:36
36. En dien Allah en breng niets met hem in verband, en wees goed voor ouders en nabije familie en wezen en armen en de buren van je volk en de buren van een ander volk en de reisgenoot en de zwerver en wie je rechterhand bezit; zeker, Allah houdt niet van opscheppers en van (mensen die) trots (zijn).
Het was me al eerder opgevallen, bijvoorbeeld in soera 2:215, dat de schrijver allerlei goede doelen noemt, maar weduwen consequent niet. Dat zou misschien niet zo opmerkelijk zijn, ware het niet dat in het joden- en christendom weduwen en wezen altijd in één adem worden genoemd. In de Koran: nooit.

Ook interessant is waar dit vers mee begint, een tamelijk extreme opvatting van monotheïsme die de afstand tussen mens en Allah maximaal maakt. Niets mag met Allah in verband worden gebracht. Maar wat is Allah zonder de Koran en Mohammed?

woensdag 19 september 2012

Huisarrest met slaag

Soera 4:33-35
33. En voor iedereen hebben we erfgenamen aangewezen voor wat ouders en naaste familieleden nalaten; en wat betreft hen met wie je rechterhand een overeenkomst heeft gesloten, geef hen hun deel. Zeker, Allah is getuige van alle dingen.
Na deze nietszeggende herintroductie van het erfrecht in soera 4 komt nu eindelijk de motivatie voor het achterstellen van vrouwen bij het verdelen van de nalatenschap:
34. Mannen zijn de ondersteuners van vrouwen omdat Allah sommigen boven anderen heeft gesteld en omdat zij van hun bezit besteden (aan ...)...
Goed, mannen hebben dus meer geld nodig omdat ze meer uitgaven hebben, bijvoorbeeld aan hun vrouwen. Maar dat is een cirkelredenering: omdat vrouwen minder krijgen hebben ze natuurlijk ook minder uit te geven, zoals aan hun man bijvoorbeeld. Maar dat zal bij de koranschrijver niet zijn opgekomen, want hij ziet vrouwen zo ongeveer als honden die je met lijfstraffen in het gareel moet zien te krijgen:
34. (...) Goede vrouwen zijn daarom gehoorzaam, het ongeziene bewakend zoals Allah het bewaakte. En wat betreft hen van wie je vreest dat ze in opstand komen: waarschuw ze, zonder ze af in hun slaapkamer en sla ze. Als ze je dan gehoorzamen, onderneem dan verder geen stappen tegen ze. Zeker, Allah is hoog en groot.
In dit (beruchte) vers worden de verhoudingen wel erg duidelijk. Het meest stuitend is nog wel dat een vermoeden van opstandigheid al genoeg reden is om de verdachte op te sluiten en te martelen. En die maatregel zelf - waar slaat die eigenlijk op? Moet de relatie daar soms beter van worden? Het ligt meer voor de hand dat de vrouw hierna niks meer met haar man te maken wil hebben. Hoe denkt de koranschrijver daarover? Wel, zoals gebruikelijk in de Koran heeft de vrouw niets te willen:
35. En als jullie een breuk tussen die twee vrezen, wijs dan een rechter van zijn familie en een rechter van haar familie aan. Als zij beiden verzoening willen, dan zal Allah harmonie tussen hen brengen. Zeker, Allah is op de hoogte en bewust.
Zo te zien kunnen die rechters alleen oordelen dat het koppel bij elkaar moet blijven. In soera 2 (vers 226 en verder) lazen we reeds dat een man kan scheiden zonder tussenkomst van een rechter. Dus deze regeling is niet bedoeld om de man tegen te houden die zijn vrouw wil wegsturen, maar om de vrouw tegen te houden die bij haar man weg wil.

zondag 16 september 2012

Haar verdiende loon

Soera 4:32
32. En begeer niet dat waarmee Allah sommigen heeft bevoordeeld boven anderen; aan mannen is toegewezen wat zij verdienen, en aan vrouwen wat zij verdienen. Maar vraag Allah van (zijn) rijkdom; zeker, Allah is de kenner van alle dingen.
Dit vers gaat over het verschil tussen wat mannen en vrouwen krijgen. Omdat vrouwen er in de Koran bekaaid vanaf komen, moet dit wel betekenen dat vrouwen niet moeten zeuren als ze minder krijgen dan mannen. Dat hebben ze namelijk gewoon verdiend, zo vindt de schrijver, en als ze toch meer willen hebben dan vragen ze het maar aan Allah.

Concreet krijgen vrouwen bij een erfenis minder dan mannen. In de volgende verzen komt dat weer aan de orde, en in vers 34 komen we ook te weten waarom vrouwen er zo bekaaid af komen.

zaterdag 15 september 2012

Doodzonden en de rest

Fragment uit "de zeven doodzonden
en de vier laatste dingen", J. Bosch
Soera 4:31
31. Als jullie de grote zonden die jullie verboden zijn vermijden, dan zullen wij al het kwaad van jullie verwijderen en jullie door de eervolle poort laten binnengaan.
Volgens de Koran zijn er dus twee categorieën zonden, zoals er in de katholieke traditie ook onderscheid wordt gemaakt tussen "doodzonden" en "dagelijkse zonden". Die dagelijkse zonden zijn kennelijk geen probleem, mits men die grote zonden maar niet doet. Dat roept natuurlijk de vraag op wat dat dan wel voor zonden zijn?! Een lijst met al die zonden zou op deze plaats wel handig zijn geweest, maar u raadt het al, die lijst vinden we hier niet.

Dood elkaar niet

Soera 4:29-30
29. O, jullie die geloven! Verteer elkaars bezittingen niet op een verkeerde manier, behalve voor handel met wederzijds goedvinden, en dood elkaar niet. Zeker, Allah is jullie genadig geweest.
30. En wie dat toch doet, agressief en oneerlijk, die zullen wij in het vuur werpen. Voor Allah is dat gemakkelijk.
Sommigen zeggen dat de Tien Geboden ook in de Koran staan. Dit is dan misschien zo'n voorbeeld. In vers 29 zitten namelijk elementen die we kennen uit Exodus:
20:2. Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land Egypte,  uit het slavenhuis, geleid heeft.
20:13. U zult niet doodslaan.
20:16. U zult niet stelen.
20:18. U zult niet begeren het huis van uw naaste. U zult niet begeren de vrouw van uw naaste, noch zijn slaaf, noch zijn slavin, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets wat van uw naaste is. (NBV)
Maar ja, het Koranvers heeft toch niet helemaal dezelfde strekking. Exodus 20:18, U zult niet begeren ... iets wat van uw naaste is, wordt in deze Soera afgezwakt. Het mag immers wel als de eigenaar akkoord gaat (en hoe die eigenaar daartoe kan worden gebracht laat zich raden). Verder is het gebruik van het woordje "elkaar" een inperking die de optie openlaat om anderen gewoon wel te bestelen en te vermoorden. En dat is ook precies wat Mohammed en zijn volgelingen eeuwenlang hebben gedaan, daarbij door de Koran niet gehinderd.

donderdag 13 september 2012

Ach Allah...

Soera 4:26-28
26. Allah wenst je dingen duidelijk te maken, en je te leiden op de wegen van hen die je vóórgingen en zich tot jullie te keren; Allah is wetend en wijs.
27. En Allah wil zich tot jullie keren, maar zij die hun lusten volgen willen jullie mijlenver verwijderen.
28. Allah wil het jullie gemakkelijk maken, want de mens is (als) zwak gemaakt.
In deze drie verzen worden we op de hoogte gebracht van een aantal jammerlijke mislukkingen van Allah.
  1. Hij wilde de moslims zogenaamd dingen duidelijk maken, maar de Koran is helemaal niet duidelijk. Zonder de Bijbel en aanvullende/concurrerende sprookjes (de hadith) is regelmatig onduidelijk waar de schrijver het over heeft. En dan hebben we het niet eens over de unieke taal van dat boek, die zelfs voor Arabisch geschoolden vele geheimen heeft.
  2. Verder wilde hij de moslims zogenaamd leiden op de wegen van hun voorgangers - dat moeten dan de christenen en joden zijn - maar ook dat is niet gelukt: het instructieboek van de moslims is op talloze plekken in strijd met de Tenach en het Nieuwe Testament, en dat ligt toch echt aan de Koran. 
  3. Allah kan (volgens vers 27) kennelijk niet op tegen de wellustige niet-moslims.
  4. Als de mens zwak gemaakt is, wie valt dat dan te verwijten? Allah toch? En hoe heeft hij het de moslims trouwens gemakkelijk gemaakt, door ze op de centen van anderen te laten teren, zoals het grote voorbeeld Mohammed altijd deed?

zondag 9 september 2012

Vrouwenmarkt

Soera 4:24-25
24. Ook alle getrouwde vrouwen (zijn ook verboden om mee te trouwen), met uitzondering van wat je rechterhand bezit; dit is Allah's regeling voor jullie; toegestaan zijn alle (vrouwen) behalve de genoemde, mits je hen zoekt met je bezit, om (hen) te trouwen, niet in ontucht. Dan, wat betreft hen van wie je profiteert, geef hen het huwelijksgeschenk zoals aangewezen, maar er rust geen schuld op je als je daarna overeenkomt van de norm af te wijken. Zeker, Allah is wetend, wijs.
De uitzondering op de regel is hier kolossaal. De man moet dan wel met een normaal huwelijksgeschenk (schijnbaar een soort levensverzekering) komen, maar na de bruiloft mag hij proberen zijn kersverse echtgenote zo ver te krijgen dat ze die weer teruggeeft, of tenminste voor een deel. In een normaal rechtssysteem zou daar een rechter aan te pas komen, maar in de islam komen ze er samen wel uit? En dan die rechteloosheid van de slavin: de heer des huizes mag haar gewoon nemen, ook al is ze getrouwd met een ander (daarbij dacht de Koranschrijver ongetwijfeld aan een niet-moslim). Net als in de vorige verzen vindt de schrijver het pas onkies als de zaken financieel niet goed geregeld zijn. Ook het volgende vers gaat daarover:
25. En wie onder jullie niet vermogend genoeg is om vrije gelovige vrouwen te trouwen, dan maar een van de gelovige dienstmeisjes die je rechterhand bezit. Allah kent je geloof het beste. Onder jullie zijn er (die) van elkaar (zijn); trouw hen met de toestemming van hun eigenaren en geef hen het wettige huwelijksgeschenk, als ze tenminste kuis zijn, niet losbandig en er geen minnaars op na houden. Als ze schuldig zijn aan iets onfatsoenlijks, dan zullen ze slechts de halve straf krijgen van een vrije vrouw. Dit is voor iemand van jullie die vreest in zonde te vallen; maar als je je onthoudt is dat beter voor je; en Allah is vergevingsgezind, barmhartig.
In Nederland gebruiken we het woord "huwelijksmarkt" gekscherend, maar in de wereld van de Koranschrijver was het kennelijk echt zo. Wie rijk was kon zich meer vrouwen veroorloven dan wie arm was. Maar als man had je ook nog een tweede keus, namelijk gelovige slavinnen (als vrouw deed je er verstandig aan snel "gelovig" te worden, anders was je helemaal rechteloos). Die waren volgens die Koranvers goedkoper, omdat je slechts de wettelijk verplichte huwelijksgift hoefde te geven.

De prijs die vrije vrouwen kennelijk konden vragen had er natuurlijk mee maken dat mannen meer dan één vrouw konden nemen, anders kon elke man wel een vrouw krijgen. Men vond dat dat geld ook verplichtingen met zich meebracht, voor de vrouw. De verminderde straf op overspel van slavinnen moet ook in dat licht worden gezien: ze was in de aanschaf goedkoper, dus kun je er ook minder van verwachten.

En dan nog het laatste zinnetje van vers 25 (de misplaatste slotformule daargelaten). Omdat de Koran het toestaat dat mannen meer dan één vrouw trouwen, zullen er ook wel mannen zijn die met nul vrouwen genoegen moeten nemen. Voor hen heeft de Koran een mooie troost: "onthouding is beter voor je". In het Nieuwe Testament staat precies het tegenovergestelde:
1 Kor. 7:9. Maar als zij zich niet kunnen beheersen, laten zij dan trouwen, want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden. (HSV)

dinsdag 4 september 2012

Vrouwen in de boedel

Soera 4:19-23

Het volgende vers sluit min of meer aan op de verzen 6 tot 12, een paragraaf over erfrecht, het verdelen van bezittingen na iemands overlijden. Naast bezittingen blijkt men in de islam naast spullen ook mensen te kunnen erven, dat wil zeggen, vrouwen. Hoewel, er zijn wat voorwaarden:
19. O, jullie die geloven! Het is jullie niet toegestaan vrouwen te erven die dat niet willen, noch ze onder druk te zetten met als doel een deel van hun levensverzekering op te strijken, tenzij ze openlijke onzedelijkheid heeft gepleegd. Behandel ze fatsoenlijk. En als je een hekel aan ze hebt: misschien heb je een hekel aan iets waar Allah juist veel goeds in heeft gelegd.
In vers 12 lazen we dat de weduwe tot 25% van de nalatenschap van haar man erft; de rest wordt verdeeld over eventueel nog levende ouders, kinderen en/of broers. Maar die 25% komt wel in een vreemd daglicht te staan als zij zelf ook bij de erfenis hoort! De erfgenamen lijken volgens dit vers te denken dat zij beslag kunnen leggen op een deel van de levensverzekering van de vrouw. De koranschrijver is daar dan wel op tegen, maar toch.

Aan het eind van vers 19 gaat het over vrouwen die niet bij de erfgenaam in de smaak vallen. Maar wat nou als die vrouwen juist wel in de smaak vallen, en als de mannelijke erfgenaam zijn huidige vrouw liever inruilt voor de nieuwe? Welnu, dat is volgens de Koranschrijver geen enkel probleem, als hij zijn oude vrouw maar niet uitklopt:
20. Maar als je de ene vrouw door de andere wilt vervangen, en al gaf je haar een hoog bedrag als levensverzekering, neem daar dan niets van af; zou je het nemen ten koste van schande en het doen van kwaad?
21.  En hoe kun je dat (geld) nemen als sommigen van jullie al bij die anderen naar binnen zijn gegaan, en ze met jullie een plechtig verbond hebben gesloten?
De huwelijkstrouw betekent voor de Koranschrijver weinig, het gaat hem alleen om de financiële kant van de zaak. Het zou volgens hem een schande zijn als de echtgenote lichter wordt gemaakt, maar hij valt er niet over dat die echtgenote zelf wordt afgeschaft.

Er is nog één probleem, namelijk dat de vrouw of vrouwen van de overledene natuurlijk familie zijn van de erfgenaam, zodat incest dreigt. Daar heeft de schrijver aan gedacht:
22. En trouw niet met vrouwen die eerst met jullie vaders getrouwd waren, behalve wat al gebeurd is; dat zou obsceen zijn, een gruwel en een slecht pad.
23. Verboden (om mee te trouwen) zijn voor jullie: dochters, zussen, tantes van vaderszijde, tantes van moederszijde, dochters van je broer, dochters van je zus, je voedsters, je pleegzussen en moeders van je vrouwen en je stiefdochters over wie je nog voogdij hebt, dochters van je vrouwen bij wie je naar binnen gegaan bent (maar als je niet bij ze naar binnen gegaan bent mag het wel), vrouwen van je eigen zoons en twee zussen naast elkaar, behalve wat al gebeurd is. Zeker, Allah is vergevingsgezind en barmhartig.
Dat is een forse lijst met uitzonderingen, zodat het er op neer komt dat de weduwe alleen geërfd kan worden door een broer van de overledene. Maar dit vers is uitgebreider en gaat ook over vrouwen die niet bij een erfenis horen, zoals stiefdochters. Een dochter van tante of oom, een volle nicht dus, wordt in deze lijst trouwens niet genoemd en is dus kennelijk toegestaan als huwelijkspartner. Zo hebben latere moslimgeleerden het in elk geval opgevat.

Wat kunnen we van dit tekstgedeelte leren? Het meest opvallende is het mannelijke perspectief. Mannen kunnen vrouwen erven, omgekeerd schijnbaar niet. Het is vanzelfsprekend dat mannen meer vrouwen kunnen trouwen, net zo vanzelfsprekend als dat het omgekeerde niet kan. In het algemeen geldt ook dat vrouwen in de islam niets te vertellen hebben, sterker nog, uit verzen zoals deze blijkt dat vrouwen hier ook niets te lezen hebben. En deze soera heet nog wel De Vrouwen! Kun je nagaan.

zaterdag 1 september 2012

Vergeef Hendrik!

Soera 4:17-18
17. Berouw is wat Allah betreft alleen voor hen die kwaad doen in onwetendheid en kort daarna berouw hebben; Allah zal dan ook berouw hebben (van zijn plan om te straffen); en Allah is vol kennis en wijsheid.
Het gaat dus om mensen die te goeder trouw een fout maken en hun fout ook onmiddellijk inzien. Mensen die niets ergers doen dan dit kun je gerust heiligen noemen. Het is heel fijn dat Allah dit soort mensen niet straft, maar hoe speciaal is dat? Vergelijk dat eens met het volgende Bijbelvers uit Marcus 2, toevallig ook vers 17:

En toen Jezus dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars. (HSV)
Terwijl Allah alleen te maken wil hebben met brave Hendrikjes, strekt Jezus zijn hand uit naar de rest.

Goed. We gaan verder met vers 18 van soera 4, waarin de schrijver nog eens nader toelicht wat in vers 17 al duidelijk genoeg was:
18. En berouw is niet voor wie maar doorgaan met het plegen van wandaden, totdat de dood aanstaande is, en een van hen zegt: "Nou heb ik er toch wel spijt van". Het is ook niet voor hen die als ontkenner sterven. Dit zijn hen voor wie wij een pijnlijke straf hebben voorbereid.
Dat je pas op je sterfbed order op zaken stelt is rijkelijk laat, maar de Koran slaat voor zulke spijtoptanten de deur eenvoudig dicht. En in één moeite door worden de niet-moslims ook nog maar eens naar de hel verwezen, want we mochten eens de indruk krijgen dat de schrijver in vers 17 ook aan hen dacht. Niet dus.

Tot zover deze korte passage over vergeving van zonden, een passage die niet alleen kort maar ook tamelijk mager is. Je zal het als moslim hiervan maar moeten hebben...

zondag 26 augustus 2012

Islamitisch huisarrest

Soera 4:15-16
15. Als (twee) van jullie vrouwen iets schandaligs hebben gedaan, roep dan als getuigen vier (mannen) op, en als ze er getuige van zijn, sluit haar dan op in haar huizen tot de dood erop volgt of Allah hen een uitweg biedt.
Vertalers willen deze tekst wel eens zó interpreteren dat de vier vereiste aanwezigen getuige waren van het gepleegde misdrijf. Maar eigenlijk staat dat er niet - en dat is ook logisch. Bij het woord 'getuigen' moet je hier eerder denken aan getuigen zoals bij de voltrekking van een huwelijk. In vers 15 gaat het dus over getuigen van een terechtstelling, namelijk de doodstraf door huisarrest. De details komen we wel niet te weten, maar we mogen er vanuit gaan dat de beul de vrouw(en) in kwestie zó in de boeien wist te slaan dat alleen Allah nog voor ontsnapping kon zorgen.

Nou, als we weten hoe het vrouwen vergaat die iets onfatsoenlijks hebben gedaan, hoe vergaat het dan de mannen? Wel, dat valt reuze mee:
16. En als twee mannen schuldig zijn (aan iets dergelijks), straf hen dan; als ze spijt hebben en zich beteren, laat ze dan met rust. Allah is vergevingsgezind en barmhartig.
Wat de straf precies inhoudt weten we niet, maar wel dat deze niet dodelijk afloopt. Uit de verzen 15 en 16 kunnen we dus leren dat vrouwen en mannen verschillend worden gestraft voor hetzelfde vergrijp, vrouwen zwaarder dan mannen.

En dat is vreemd. Want de Koran schildert vrouwen af als minder oordeelsbekwaam (bijvoorbeeld in 2:282). Dit zou reden moeten zijn om mensen minder zwaar te straffen, zoals we in Nederland doen bij kinderen en bij verminderde toerekeningsvatbaarheid in het algemeen. Maar in de Koran is het net andersom: misdrijven worden vrouwen zwaarder aangerekend dan mannen. Dat is inconsequent en een aanwijzing voor vrouwenhaat.

zaterdag 25 augustus 2012

Wie verdeelt de erfenis?

Soera 4:13-14

In het vorige stukje (soera 4:6-12) kwam aan de orde hoe het geld van een overledene moet worden verdeeld. Helaas kloppen die regels niet helemaal, zodat er bijvoorbeeld soms meer moet worden uitgekeerd dan dat er is. De Koranschrijver realiseerde zich dat kennelijk niet en gaat door op de bekende hoge toon:
13. Dit zijn de regels van Allah; Wie Allah en zijn boodschapper gehoorzaamt zal worden toegelaten in de tuinen waar rivieren stromen, daar zal hij voor eeuwig blijven. Dat is het grote succes.
14. Maar wie Allah en zijn boodschapper ongehoorzaam is en zijn regels overtreedt, die zal in het vuur worden toegelaten, daar zal hij voor eeuwig blijven; hij krijgt een vernederende straf.
Het is dan maar te hopen dat je als notaris niet te maken krijgt met een situatie waarin het onmogelijk is de formules van de Koran toe te passen zonder erop toe te leggen.

woensdag 22 augustus 2012

Erfemis

Soera 4:6-12
6. Houd wezen onder toezicht tot ze de huwbare leeftijd bereiken. Als je dan vindt dat ze oordeelsbekwaam zijn, geef ze hun bezittingen; maak het niet snel op aan overdaad als ze nog in de groei zijn. (De voogd) die rijk is moet (van het geld) afblijven, wie arm is mag er (alleen) met mate gebruik van maken. Wanneer je hun bezittingen aan hen overmaakt, laten er getuigen bij zijn. En Allah volstaat als rekenmeester.
Mensen hoeven het geld dus niet na te tellen, maar ja, dat zou toch nakaarten zijn: de voogd bepaalde immers zelf hoe veel hij voor zijn eigen levensonderhoud aan het kapitaal van de wees onttrok. De voogd krijgt dus rechten en plichten, maar wordt niet gecontroleerd. Het vertrouwen van de Koranschrijver in de deugdzaamheid van voogden is heel groot. In vers 10 komt de schrijver nog even op dit onderwerp terug, maar eerst iets over erfrecht:
7. Mannen zullen een deel krijgen van wat hun ouders en naaste familie nalaten, en vrouwen zullen een deel krijgen van wat haar ouders en naaste familie nalaten. Of het nu weinig of veel is, (het zal) een bepaald deel (zijn).
8. Als er bij de verdeling (van de erfenis) andere familie, wezen en armen aanwezig zijn, geef ze er dan iets van, met vriendelijke woorden.
Dit is een merkwaardige regeling, die uitnodigt tot enorme toestanden. Zodra iemand zijn ogen sluit moet je er als verre familie / wees / arme als de kippen bij zijn, want dan valt er wat te halen. Dat "bepaalde deel" van vers 7 komt daardoor natuurlijk wel in het gedrang.
9. En laten zij (die iets te verdelen hebben) zich zorgen maken (over die armen en wezen) alsof het om hun eigen (maatschappelijk) zwakke nakomelingen ging; laten ze Allah vrezen en de juiste woorden spreken.
Het laatste betekent misschien: "toezeggingen doen". De bedoeling van dit vers is duidelijk dat de erfgenamen gul moeten zijn voor de zwakkeren in de samenleving.

Het volgende vers sluit eigenlijk aan op vers 6:
10. Zij die het kapitaal van de wezen opeten, meer dan wat gerechtvaardigd is, zeker, het zal tot een vuur in hun binnenste worden en zelf zullen zij in het laaiende vuur komen!
En dan nu de beloofde verdeelsleutel bij erfenissen, zoals aangekondigd in vers 7:
11. Allah belast jullie met het volgende, betreffende jullie kinderen: mannen zullen het dubbele krijgen van wat vrouwen krijgen. Zijn er meer dan twee vrouwen, dan krijgen ze samen twee derde van wat de overledene naliet. Is er één, dan ontvangt zij de helft. Wat betreft zijn ouders: die ontvangen elk een zesde van zijn nalatenschap als hij (ook) een kind heeft. Maar als hij geen kind heeft en alleen zijn ouders als erfgenamen, dan krijgt zijn moeder een derde. Maar als hij broers heeft zal zijn moeder een zesde ontvangen, na aftrek van uitstaande beloftes en schulden. Je ouders of je kinderen... je weet niet wie van hen (je) het meest tot nut zijn; dit is een richtlijn van Allah, zeker, Allah is wetend en wijs.
Kunt u het nog een beetje volgen? Mooi, want er komt nog een vers:
12. Jij krijgt de helft van wat je vrouwen nalaten als ze geen kinderen hebben, maar een kwart van wat ze nalaten als ze wel kinderen hebben...
Hier gaat iets mis. Zijn er bijvoorbeeld drie dochters, dan blijft er nog een derde van de erfenis over. De man krijgt een kwart, dan blijft er nog een een twaalfde over. Dat is niet erg, behalve als er ook nog ouders zijn: die moeten namelijk elk nog een zesde krijgen. Oeps.
12. (...) na verrekening van vorderingen en schulden. Zij (echter) krijgen een kwart van wat je nalaat als je geen kinderen hebt, maar een achtste als je wel kinderen hebt...
De ouders, als die nog leven, krijgen elk een zesde (samen 4/12), de echtgenote een kwart (3/12) en een enig dochter de helft (6/12), dat is samen 13/12. Minder dramatisch dan het vorige voorbeeld, maar wel aanleiding tot onnodige touwtrekkerij.
12. (...) na verrekening van vorderingen en schulden. Maar als de man of vrouw bezittingen nalaat zonder ouders of kinderen als erfgenamen, en er is een broer en/of zus, dan krijgen die elk een zesde. Zijn er meer (dan twee), dan moeten ze een derde onder elkaar verdelen, na verrekening van vorderingen en schulden, zodat er geen verlies wordt geleden. Dit is een verordening van Allah, de wetende, de verdraagzame.
Volgens mij wordt hier vooral verdraagzaamheid van de broers en zussen verlangd, die immers moeten aanzien hoe het grootste deel van de erfenis naar wildvreemden gaat.

Of de schrijver het recht had Allah kennis en wijsheid toe te dichten is twijfelachtig, maar dat hij niet kon rekenen is zeker.

donderdag 16 augustus 2012

De voogd en zijn vrouwen

Soera 4:4-5
4. En betaal de vrouwen (die je huwt) hun levensverzekering als een gift, maar als zij uit eigen beweging een deel daarvan aan je teruggeven, neem het dan met genoegen aan, dat is toegestaan.
Proficiat! Hier biedt de Koran aan de moslimman een tweede mogelijkheid om zijn financiële situatie te verbeteren ten koste van zijn vrouwen. Uiteraard is dit éénrichtingsverkeer:
5. En geef jouw bezit niet weg, dat Allah je (immers) ter beschikking heeft gesteld om (financieel) overeind te blijven; en voed hen daarvan en geef hen kleding en spreek vriendelijk tegen hen.
De gewenste toestand is dus, volgens de Koran, dat de man het geld beheert en daarvan voor zijn vrouw koopt wat zij nodig heeft. Zo ongeveer zoals we in onze cultuur met kinderen omgaan.

In de volgende verzen gaat het weer over wezen en over erfrecht.

woensdag 15 augustus 2012

Vrouwen en andere zaken

Soera 4:1-3
1. O jullie van de mensheid, wacht je voor jullie heer, die je gemaakt heeft van één ziel, en daarvan ook een metgezel, en die twee breidden zich uit tot vele mannen en vrouwen. Maar wacht je voor Allah (uit naam van) wie jullie elkaar vragen en het moederschap, want Allah houdt jullie in de gaten.
Soera 4, "vrouwen", begint al goed met dit vers. Vertalers hebben het er moeilijk mee en opperen (voor het tweede deel tenminste) nogal verschillende lezingen. Ik vermoed dat de schrijver vanwege het onderwerp verhullende taal gebruikte. Misschien bedoelde hij namelijk te zeggen dat mannen hun vrouw niet moeten dwingen zwanger te worden. Maar hij zou best iets anders bedoeld kunnen hebben, het is een beetje gissen. Het volgende vers gaat over op een ander onderwerp:
2. En geef de wezen hun bezit en vervang niet het waardevolle door het waardeloze, en voeg niet hun geld bij dat van jullie om het te besteden, (want) dat is een grote zonde.
3. En als je bang bent dat je de wezen geen recht kunt doen, maak dan een keuze uit de vrouwen om ermee te trouwen, twee of drie of vier...
De vraag die meteen bij me opkomt is wat de man moet aanvangen met weesjongens die hij "geen recht kan doen", aangezien hij daar niet mee kan trouwen. En daarnaast vraag ik me af: wat betekent dat "recht doen" eigenlijk? Gaat het soms over geld? Dus als hij met haar trouwt, hoeft hij haar dan niets meer te geven? Voordelig voor die man, maar daar wordt het meisje natuurlijk niet wijzer van. Vergeleken met deze toestand is een verstandshuwelijk nog een romantisch avontuur...
3. (...) maar als je bang bent dat je ze niet gelijk zal behandelen, dan één, of wat je rechterhand bezit. Dit is (dan) meer gepast, omdat je (zo) niet zult afwijken (van het rechte pad).
"Wat je rechterhand bezit", een formule die alle vertalers gebruiken, betekent gewoon "slaven". Over het aantal slaven dat een man mag nemen staat hier niets, dus dat zal wel "onbeperkt" betekenen. Het om financiële redenen getrouwde weesmeisje krijgt er gratis een aantal bedconcurrenten bij! Over het liefdesleven van dat meisje hoeven we ons dus geen illusies meer te maken, maar gelukkig, de man zal zo op het rechte pad blijven. Ja, dat raadt je de koekoek.

De eerste drie verzen van soera "de vrouwen" zetten de toon. De man is het uitgangspunt. Hij geeft. Hij neemt. Hij kiest. Hij trouwt, en hij neemt er nog wat slavinnen bij als hij daar zin in heeft. De instemming van de vrouwen waar het om gaat is op geen enkel moment vereist.

Daarnaast is geld, bezit, een belangrijk motief. Daar zullen we in de volgende verzen nog wel meer van zien.

woensdag 8 augustus 2012

Het geloof van Abraham

Soera 2:130-131
130. Wie wenst van het geloof van Abraham (af te wijken) uitgezonderd hij die zijn ziel verdwaast? En zeker, wij kozen hem in deze wereld, en in het hiernamaals behoort hij bij de rechtvaardigen.
131. Toen zijn heer tegen hem zei: "Onderwerp je", zei hij: "Ik onderwerp mij aan de heer van de schepping".
Maar welk geloof hing Abraham eigenlijk aan? Een moslim was hij in elk geval niet:
  • hij hield geen Ramadan of 
  • jaarlijkse bedevaart naar Mekka, 
  • hij las nooit de Koran, en
  • hij boog zich niet vijfmaal per dag op een matje naar het Oosten.
De Koranschrijver gebruikt in vers 131 tweemaal een vorm van het woord islam, daarmee suggererend dat Abraham eigenlijk een moslim was. Een sterk staaltje geschiedvervalsing.

Zie ook: soera 3:67.

zondag 5 augustus 2012

De machtige halve waarheid

Soera 2:129

Dit vers begint op dezelfde manier als vers 128:
129. Onze heer! En laat onder hen een boodschapper opstaan die hen zal voorlezen en onderwijzen uit het Boek en de Wijsheid, en reinig hen; zeker, u bent de machtige, de wijze.
Sprekers zijn Abraham en Ismaël, die volgens de Koranschrijver de fundamenten van het Huis legden. Dit gebouw kan eigenlijk nergens anders dan in Kanaän hebben gestaan, en de mensen waaraan Abraham denkt moeten dan wel de nakomelingen van Izaäk zijn (de "zoon van de belofte"). Maar de Koran is uit het verband los en laat Ismaël een rol spelen in plaats van Izaäk. Dat geeft de onwetende lezers precies het benodigde zetje om te denken dat de Ismaëlieten het bevoorrechte volk waren, en dat de Boodschapper één van hen zou zijn.

En zo komt het dat een tekst die ooit over de Israëlieten en over Jezus ging, in de islam gelezen wordt alsof het over de Arabieren en over Mohammed gaat. Deze Mohammed onderwees echter niet uit het Boek, de Bijbel, maar las voor uit eigen werk, de Koran. Met wijsheid had dat weinig te maken, en met reinheid nog minder.