woensdag 22 augustus 2012

Erfemis

Soera 4:6-12
6. Houd wezen onder toezicht tot ze de huwbare leeftijd bereiken. Als je dan vindt dat ze oordeelsbekwaam zijn, geef ze hun bezittingen; maak het niet snel op aan overdaad als ze nog in de groei zijn. (De voogd) die rijk is moet (van het geld) afblijven, wie arm is mag er (alleen) met mate gebruik van maken. Wanneer je hun bezittingen aan hen overmaakt, laten er getuigen bij zijn. En Allah volstaat als rekenmeester.
Mensen hoeven het geld dus niet na te tellen, maar ja, dat zou toch nakaarten zijn: de voogd bepaalde immers zelf hoe veel hij voor zijn eigen levensonderhoud aan het kapitaal van de wees onttrok. De voogd krijgt dus rechten en plichten, maar wordt niet gecontroleerd. Het vertrouwen van de Koranschrijver in de deugdzaamheid van voogden is heel groot. In vers 10 komt de schrijver nog even op dit onderwerp terug, maar eerst iets over erfrecht:
7. Mannen zullen een deel krijgen van wat hun ouders en naaste familie nalaten, en vrouwen zullen een deel krijgen van wat haar ouders en naaste familie nalaten. Of het nu weinig of veel is, (het zal) een bepaald deel (zijn).
8. Als er bij de verdeling (van de erfenis) andere familie, wezen en armen aanwezig zijn, geef ze er dan iets van, met vriendelijke woorden.
Dit is een merkwaardige regeling, die uitnodigt tot enorme toestanden. Zodra iemand zijn ogen sluit moet je er als verre familie / wees / arme als de kippen bij zijn, want dan valt er wat te halen. Dat "bepaalde deel" van vers 7 komt daardoor natuurlijk wel in het gedrang.
9. En laten zij (die iets te verdelen hebben) zich zorgen maken (over die armen en wezen) alsof het om hun eigen (maatschappelijk) zwakke nakomelingen ging; laten ze Allah vrezen en de juiste woorden spreken.
Het laatste betekent misschien: "toezeggingen doen". De bedoeling van dit vers is duidelijk dat de erfgenamen gul moeten zijn voor de zwakkeren in de samenleving.

Het volgende vers sluit eigenlijk aan op vers 6:
10. Zij die het kapitaal van de wezen opeten, meer dan wat gerechtvaardigd is, zeker, het zal tot een vuur in hun binnenste worden en zelf zullen zij in het laaiende vuur komen!
En dan nu de beloofde verdeelsleutel bij erfenissen, zoals aangekondigd in vers 7:
11. Allah belast jullie met het volgende, betreffende jullie kinderen: mannen zullen het dubbele krijgen van wat vrouwen krijgen. Zijn er meer dan twee vrouwen, dan krijgen ze samen twee derde van wat de overledene naliet. Is er één, dan ontvangt zij de helft. Wat betreft zijn ouders: die ontvangen elk een zesde van zijn nalatenschap als hij (ook) een kind heeft. Maar als hij geen kind heeft en alleen zijn ouders als erfgenamen, dan krijgt zijn moeder een derde. Maar als hij broers heeft zal zijn moeder een zesde ontvangen, na aftrek van uitstaande beloftes en schulden. Je ouders of je kinderen... je weet niet wie van hen (je) het meest tot nut zijn; dit is een richtlijn van Allah, zeker, Allah is wetend en wijs.
Kunt u het nog een beetje volgen? Mooi, want er komt nog een vers:
12. Jij krijgt de helft van wat je vrouwen nalaten als ze geen kinderen hebben, maar een kwart van wat ze nalaten als ze wel kinderen hebben...
Hier gaat iets mis. Zijn er bijvoorbeeld drie dochters, dan blijft er nog een derde van de erfenis over. De man krijgt een kwart, dan blijft er nog een een twaalfde over. Dat is niet erg, behalve als er ook nog ouders zijn: die moeten namelijk elk nog een zesde krijgen. Oeps.
12. (...) na verrekening van vorderingen en schulden. Zij (echter) krijgen een kwart van wat je nalaat als je geen kinderen hebt, maar een achtste als je wel kinderen hebt...
De ouders, als die nog leven, krijgen elk een zesde (samen 4/12), de echtgenote een kwart (3/12) en een enig dochter de helft (6/12), dat is samen 13/12. Minder dramatisch dan het vorige voorbeeld, maar wel aanleiding tot onnodige touwtrekkerij.
12. (...) na verrekening van vorderingen en schulden. Maar als de man of vrouw bezittingen nalaat zonder ouders of kinderen als erfgenamen, en er is een broer en/of zus, dan krijgen die elk een zesde. Zijn er meer (dan twee), dan moeten ze een derde onder elkaar verdelen, na verrekening van vorderingen en schulden, zodat er geen verlies wordt geleden. Dit is een verordening van Allah, de wetende, de verdraagzame.
Volgens mij wordt hier vooral verdraagzaamheid van de broers en zussen verlangd, die immers moeten aanzien hoe het grootste deel van de erfenis naar wildvreemden gaat.

Of de schrijver het recht had Allah kennis en wijsheid toe te dichten is twijfelachtig, maar dat hij niet kon rekenen is zeker.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...