zaterdag 19 mei 2012

Jezus in bedekte termen

Soera 3:29-32
29. Zeg: of je verbergt wat er in je hart is of het openbaar maakt, Allah weet het, en hij weet wat er in de hemel is en wat er op de aarde is. En Allah is tot alle dingen in staat. 
30. Op de dag dat iedere ziel geopenbaard ziet wat die heeft gedaan qua goeds en wat die heeft gedaan qua slechts, zal deze wensen dat er tussen hem en dat (kwaad) een grote afstand was geweest. Allah maakt dat jullie beducht zijn voor hem. En Allah heeft mededogen met zijn dienaren.
In eerste instantie leek me dit wel een logisch stukje, tot ik me realiseerde dat hier bij de beoordeling van de mensen door Allah een balans wordt opgemaakt, met per persoon goede en slechte daden. Christenen geloven dat het criterium is of je bij Jezus hoort of niet. Dat element, in de begintijd van de Koran al eeuwen bekend, is hier opvallend afwezig. De volgende twee verzen brengen ons terug naar het heden, of misschien juist naar een ver verleden:
31. Zeg: Als jullie van Allah houden, volg mij dan. Allah zal van jullie houden en jullie je zonden vergeven. En Allah is vergevingsgezind, barmhartig. 
32. Zeg: Gehoorzaam Allah en de boodschapper...
Je vraagt je toch af wie met "de boodschapper" en "mij" wordt bedoeld. Moslims zullen meteen zeggen: Mohammed! (U weet wel, die war lord die mensen liet martelen als ze niet wilden vertellen waar de buit lag). Luxenberg en anderen hebben inmiddels aannemelijk gemaakt dat we hier oudere, christelijke geschriften in moeten zien. "De boodschapper" en "mij" verwijzen dan naar Jezus. Op een stuk of tien plaatsen in de Evangeliën vind je Jezus opdracht aan verschillende mensen: "Volg mij!" En in Johannes hoofdstuk 14 zegt hij:
Joh. 14:21. Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben (...)
De overeenkomsten met soera 3 vers 31 zijn opvallend.

Lijken de Koran en de Bijbel voor de verandering eens écht op elkaar, dan begrijpen moslims de Koran van de weeromstuit helemaal verkeerd! Jammer.
(32.) (...) Maar als ze zich afkeren, zeker, Allah houdt niet van de bedekkers.
Wie veegt nou wat onder de mat? Moslims moeten hier maar eens ernstig worden toegesproken. Met terugwerkende kracht.

Geen vrienden

Soera 3:28
28. Laat het niet zo zijn dat gelovigen bedekkers als vrienden nemen in plaats van gelovigen. Wie dat doet heeft geen deel aan Allah; men moet voorzichtig voor hen oppassen, je bent gewaarschuwd voor Allah; Hij is het einddoel.
Let wel: gewaarschuwd voor Allah, niet door. Moslims worden in dit vers door angst gedreven, niet door overtuiging. Uit andere verzen weten we dat die bedekkers - kafir wordt vaak vertaald als "ongelovige" - erop uit zijn om moslims van het 'rechte' pad af te helpen. Vandaar het 'oppassen'.

Nu is het op zichzelf natuurlijk niet verkeerd om mensen ertoe op te roepen geen slechte vrienden te hebben. Alleen scheert dit vers alle "ongelovigen" over één kam. Ze hebben zo te horen allemáál een verderfelijke invloed. Van zulk ongenuanceerd wij-zij-denken kan niet veel goeds komen.

vrijdag 18 mei 2012

Allah's knipperlicht

Soera 3:26-27
26. Zeg: O meester van het koningschap, u geeft het koningschap aan wie u wilt en neemt het af van wie u wilt, en u verhoogt wie u wilt en vernedert wie u wilt. In uw hand is het goede, ú bent in staat tot alles.
Dat doet me wel ergens aan denken, bijvoorbeeld aan het Bijbelboek Daniël, hoofdstuk 4:
25.   (...) totdat u erkent dat de Allerhoogste Heerser is over het koningschap van de mensen en dat geeft aan wie Hij wil.
37. (...) omdat al Zijn daden waarheid zijn en Zijn paden gerechtigheid: Hij is in staat te vernederen wie in hoogmoed hun weg gaan.
Er zijn subtiele maar belangrijke verschillen. In soera 3 krijgen we de indruk van willekeur, maar in de Bijbel is er toch wel een verband met het karakter van de mensen die het betreft. In Mattheüs is dat nog duidelijker:
Mat 23:12. En wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden; en wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.
Voor wie het nog niet weet: dit is erg on-islamitisch. Helaas kon de Bijbel niet meer gecorrigeerd worden toen de Koran uitkwam. Helaas voor Koran-aanhangers dan, gelukkig voor de rest.

De Koran draaft nog even door:
27. U maakt dat de nacht overgaat in de dag en dat de dag overgaat in de nacht; u brengt het levende uit het dode voort en het dode uit het levende. ...
Nu weten wij intussen dat uit dode materie normaal gesproken geen leven voortkomt, terwijl dag en nacht elkaar juist natuurwetmatig afwisselen. Zou de schrijver zich dit zich ook gerealiseerd hebben?
(27). ... En u geeft proviand aan wie u wilt zonder maat.
Dat komt een beetje uit de lucht vallen. Het zou kunnen dat dit deel van vers 27 eigenlijk hoort bij het volgende vers. Wordt vervolgd.