zaterdag 23 juni 2012

Twee maten

Soera 3:75
75. Onder de mensen van het boek zijn er die, als je ze een berg goud toevertrouwt, het je terug zullen geven; anderen geven je een dinar nog niet terug tenzij je erom blijft vragen, omdat, zeggen ze, ze dat niet hoeven (te doen) bij de ongeletterden. En ze liegen tegen Allah terwijl ze (beter) weten.
De Koranschrijver wil zijn lezers laten geloven dat Joden en christenen op moslims neerkijken als op analfabeten, en dat ze in het verlengde daarvan ook vinden dat ze ten opzichte van moslims geen woord hoeven te houden.

Je kunt gemakkelijk bedenken wat het effect van dit soort verzen zou kunnen zijn:
  1. moslims worden ontmoedigd om geld, al is het maar weinig, aan joden en christenen uit te lenen;
  2. joden en christenen komen er bij moslims op te staan als onbetrouwbaar.
Over de veronderstelde onbetrouwbaarheid van joden en christenen lazen we al eerder. Maar uit de verzen 276-278 van soera 2 konden we leren dat niet-moslims wel aan moslims moeten lenen, zonder te mogen rekenen op aflossing of rente. Wat joden en christenen moeten accepteren van moslims, is voor moslims zelf onaanvaardbaar. Het is maar dat u het weet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...