zaterdag 9 juni 2012

Boeken en kasten

Soera 3:48-49
48. En hij zal hem onderwijzen (in) het boek, en de wijsheid, en de toera en de indjiel.
Uit het voorafgaande begrijpen we dat de schrijver hier doelt op respectievelijk Allah en Isa (Jezus), en dat Isa dus les krijgt in de Thora (Wet van Mozes) en het Evangelie (alsof dat in zijn tijd al bestond). Maar als de Wet van Mozes en het Evangelie al genoemd zijn, wat is dan "het boek"? Enfin, we gaan verder:
49. En een boodschapper aan de kinderen van Israël: "Ik ben bij jullie gekomen met een teken van mijn heer, ik maak voor jullie uit klei de vorm van een vogel, dan adem ik erin en wordt het een (echte) vogel, met Allah's toestemming, en ik genees de blinden en leprozen en breng de doden tot leven, met Allah's toestemming, en ik deel je mee wat je zou moeten eten en in jullie huizen zou moeten opslaan; zeker, hierin is voor jullie een teken, als jullie gelovigen zijn."
Inderdaad: dit bewijst dat de Koranschrijver heeft gewinkeld bij apocriefe geschriften zoals het Kindheidsevangelie van Thomas (dat begint met een verhaaltje over vogels van klei). Verder bewijst dit dat de Koranschrijver niets van het Evangelie begrepen heeft. Want Jezus hield zich juist helemaal niet bezig met wat mensen moesten eten, laat staan met de vraag wat er in de provisiekast zou moeten staan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...