zondag 24 juni 2012

"Dien Jezus niet!"

Soera 3:79-80

In vers 78 ging het nog over mensen van het boek die de zaken anders zouden voorstellen dan dat ze in dat boek staan. De schrijver wist dat misschien niet, omdat hij dat boek niet kon lezen, of hij kende dat boek wel maar verdraaide het en gaf anderen daarvan de schuld. Hoe dan ook, de schrijver trekt in de volgende verzen van leer tegen een centraal thema van het christendom, waarover het Nieuwe Testament heel duidelijk is.
79. Het kan niet zo zijn dat een man aan wie het Boek is gegeven, en wijsheid, en het profeetschap, dan zegt: "Mensen, dien mij in plaats van Allah." Eerder: "Wees aanbidders (van Hem), jullie onderwijzen (immers) het Boek en bestuderen (het)."
De schrijver bedient zich van een retorische techniek waarvan ik de naam niet weet maar die erop neerkomt dat je eerst iets zegt waar iedereen het wel mee eens moet zijn, en daar vervolgens op doorborduurt totdat je aankomt bij het punt dat je werkelijk wilde maken, in de hoop dat je je gehoor nog steeds mee hebt. De volgende stappen vinden we in vers 80:
80. Hij zou jullie er ook niet toe aanzetten om engelen of profeten als heer aan te nemen. Zou hij jullie aanzetten tot ongeloof nadat jullie moslims waren geworden?
Eerst was het de man van het Boek die niet gediend mocht worden, nu de engelen en de andere profeten niet. De clausule "in plaats van Allah" is inmiddels verdwenen. En tenslotte beoordeelt de schrijver zoiets als "ongeloof".

We hebben wel een vermoeden waaraan de schrijver dacht, namelijk aan Jezus, die christenen vereren als de zoon van God terwijl moslims hem zien als weinig meer dan een profeet. Daarom staat voor moslims het geloof in Jezus gelijk aan ongeloof. Niet vergeten!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...