woensdag 20 juli 2011

Vechten

Soera 2:216-218

De verzen die nu volgen zijn wel de meest opruiende van soera 2. Ik zeg het maar meteen: het gaat hier niet om overdrachtelijke strijd maar om fysieke confrontatie, het voeren van oorlog:
216. Vechten is je opdracht, hoewel je er niet van houdt. Maar waar je niet van houdt kan goed voor je zijn, het kan ook zijn dat je van iets houdt dat slecht voor je is. Allah weet het, jij weet het niet.
Hier wordt blinde gehoorzaamheid geëist, zoals past bij een militaire commandostructuur. De commandant is hier Allah zelf, en de soldaten worden niet geacht mee te denken.
217. Ze stellen je vragen over vechten tijdens de Heilige Maand. Zeg: vechten daarin is een ernstige zaak, maar het is ernstiger in de ogen van Allah om mensen af te houden van de weg van Allah, hem ontkennend, van de heilige moskee, en zijn mensen daaruit te verdrijven. Vervolging is erger dan doodslag. (...)
Die laatste zin komt ons bekend voor uit vers 191, maar het gaat ons meer om de zinnen die daaraan vooraf gaan. Het merkwaardige ethische principe dat Allah hier hanteert is dat het kwaad van een ander je eigen kwaad kan goedmaken. Het kwaad van de ander is hier onderdrukking van de islam, het eigen kwaad is het vechten in de heilige maand (is dat erg?) en anderen over de kling jagen. Voor mijn gevoel is vooral dat laatste nogal overdreven, gezien wat er tegenover staat. Misschien voelde de schrijver dat diep van binnen ook wel zo, vandaar het vervolg van dit vers waarin de 'vijand' wordt weggezet als zó bedreigend dat de moslims met de rug tegen de muur lijken te staan:
217. (...) En zij zullen niet ophouden tegen jullie te vechten totdat ze je van het geloof hebben afgebracht, als ze dat kunnen. (...)
Hier zijn twee dingen van te zeggen. Joden en Christenen hebben in hun heilige boeken niet staan dat aanhangers van een ander geloof met geweld moeten worden bestreden totdat die anderen van hun geloof af gebracht zijn. De koranschrijver maakt de tegenpartij dus zwart. Aan de andere kant roept vers 216 moslims wel degelijk op ten strijde te trekken tegen mensen die de islam tegenwerken. Deze agressieve opstelling is meer dan tactiek, het is een geloofsartikel, eentje waarvan anderen ongetwijfeld graag zouden zien dat moslims dat afzweren.
217. (...) En wie van zijn geloof afstapt en sterft in zijn ongeloof, die is als degene wiens werk niet alleen in dit leven maar ook in het hiernamaals voor niets is geweest. Zij hebben recht op het Vuur, en daarin zullen ze blijven.
Dit tekstgedeelte, zo direct volgend op het voorgaande over religieus gemotiveerd geweld, lijkt te zeggen dat een moslim naar de hel gaat als hij het onjuist vindt geweld te gebruiken tegen mensen die de islam tegenwerken. Soera 3:167 zegt dat ook, namelijk dat wie niet mee wil vechten zo goed als een ongelovige is. Het zou zomaar kunnen dat verzen zoals deze de gewelddadige en militaristische trekjes van de islam verklaren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...