woensdag 15 juni 2011

Los vasten

Soera 2:183-187


De Koran geeft in deze soera vrij uitgebreide instructies die te maken hebben met vasten, het niet-eten met religieuze motieven. Dat is opmerkelijk, omdat we zulke instructies in de Bijbel eigenlijk niet vinden, terwijl de koranschrijver juist benadrukt dat de koran eerdere geschriften bevestigt. In de Bijbel wordt vasten wel een paar keer genoemd, als iets wat mensen doen in rouw of bij een tijd van gebed:
Lucas 5:33. Ze zeiden tegen hem: "De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de farizeeën doen, maar die van u eten en drinken maar." [34] Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is?"
Nu eens zien hoe de vroege moslims dat vasten beleefden:
183. O jullie die geloven! Vasten is jullie voorgeschreven zoals het ook was voorgeschreven aan jullie voorgangers, voor jullie zelfbeheersing*.
(*) De Engelse vertalers hadden het hier moeilijk mee. Yusufali vertaalt het Arabische begrip met "zelfbeheersing", maar anderen met "waakzaam zijn tegen het kwaad" of zelfs "het kwaad afwenden". Welke van deze vertalingen ook de juiste is, geen van deze komt overeen met wat we in de Bijbel aantreffen. De koranschrijver houdt zijn lezers dus voor de gek, of hij weet niet beter dan wat zijn religieuze tijdgenoten deden en nam aan dat ze dat deden omdat het in "het Boek" zo was voorgeschreven.

Voortbordurend op deze kennis geeft vers 184 nadere instructies, en een manier om onder vasten uit te komen:
184. (vasten) gedurende een bepaald aantal dagen, maar als iemand van jullie ziek is, of op reis, dan hetzelfde aantal andere dagen. Maar voor wie het (niet) kan opbrengen is er een losgeld: het voeden van iemand die arm is. Maar wie vrijwillig goed doet is beter af, en dat jullie vasten is beter voor jullie, weet je.
In dit vers zitten verschillende dubbelzinnigheden en onduidelijkheden. Want voor wie is nou die regeling van het afkopen van vasten: voor iemand die het vasten niet kan opbrengen, of voor iemand die het voeden van de arme wel kan opbrengen? De Engelse vertalers zijn het er in elk geval niet over eens. Verder: gedurende hoeveel dagen moet er nou worden gevast, en wanneer? En hoeveel maaltijden moet de vermogende niet-vaster aan de arme verstrekken? En tenslotte: is het nou beter om te vasten, of om een arme te voeden, of om allebei te doen? Ik vermoed dat de schrijver het laatste bedoelt, maar erg helder is het niet. Het slot, "wist je dat maar", klinkt negatief, terwijl uit het verband niet duidelijk wordt waarom. Kennelijk waren de lezers er niet gemakkelijk toe te brengen een periode te vasten.

Vers 185 is min of meer een herhaling en geeft meer details, zodat tenminste op één van de bovenstaande vragen een antwoord komt:
185. Ramadan is de maand waarin de Koran werd onthuld, als een gids voor de mensheid, ook met heldere aanwijzingen en criteria (voor goed en kwaad). Dus iedereen die paraat is moet in deze maand vasten, maar als iemand ziek is, of op reis, dan de voorgeschreven periode zoveel dagen later. Allah wil het jullie gemakkelijk maken, hij wil jullie niet in de problemen brengen, om de voorgeschreven periode vol te maken, en dat je Allah zou prijzen dat hij je heeft geleid, en dat je misschien dankbaar zou zijn.
De toon van dit vers is wel erg nederig, zo van: "Alsjeblieft jongens, maak die maand vasten nou af!" Maar wat het nut van dat gevast nou is wordt hier niet helemaal duidelijk. Vasten voor dankbaarheid? Vasten uit dankbaarheid? En kunnen we uit dit vers nou concluderen dat de Koran in één bepaalde maand is verschenen? Moeten we daaruit opmaken dat het geheel in één maand aan de schrijver is geopenbaard, of bedoelt de schrijver alleen dat het boek in de maand Ramadan werd gepubliceerd? Volgens de mohammedaanse leer is het eerste zeker niet het geval, dus dan zal het wel het tweede zijn. Maar het is hoe dan ook wel gek dat deze soera over die publicatie praat, alsof die al achter de rug is. Dan kan soera 2 dus geen onderdeel van de Koran zijn, maar iedereen weet dat 'ie er wel in zit. Hoe kan dat? Zijn er soms twee Korans?

Vers 186 vervolgens lijkt een intermezzo, of misschien een vers dat wat dieper ingaat op waar het in de vastentijd om gaat:
186. Als Mijn dienaren jou vragen stellen over Mij, Ik ben werkelijk dichtbij; Ik luister naar het gebed van iedereen die smeekt wanneer hij tot Mij roept. Laat ze dus naar Mijn oproep luisteren en in Mij geloven zodat zij op het rechte pad zullen lopen.
Tja, Allah luistert dan wel, maar wat doet hij ermee? Onmiddellijk wordt de zaak omgedraaid: de gelovigen moeten naar Allah luisteren zodat ze niet afdwalen. Het begint nu zo zoetjesaan wel op te vallen dat Allah veel vraagt zonder uit te leggen waarom en zonder iets te geven. Komt de liefde in de Bijbel ook zo van één kant? Nee, dat ziet er toch anders uit:
Mattheüs 7:7. Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 
Mattheüs 11:28. Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven.
Vers 187 tenslotte sluit weer aan op de vastenvoorschriften van vers 185, maar wie denkt dat vasten een serieuze bezigheid is komt in dit vers bedrogen uit. Met het fiat van Allah wordt hier een toestand geschetst die meer weg heeft van een nachtelijk carnaval:
187. Het is jullie toegestaan in de nachten van de vastenperiode naar jullie vrouw(en) te gaan. Zij zijn jullie kleding en jullie zijn haar kleding. Allah weet wat jullie vroeger stiekem deden, maar hij heeft zich naar jullie toe gekeerd en het jullie vergeven. Ga dus nu met ze om, en onderzoek wat Allah aan jullie heeft toegewijd, en eet en drink totdat de witte draad van de dageraad te onderscheiden is van de zwarte draad; hervat dan uw vasten tot de nacht valt. Maar ga niet met jullie vrouwen om terwijl jullie je in de moskeeën teruggetrokken hebben, dat zijn grenzen van Allah waar jullie niet bij in de buurt moeten komen. Zo maakt Allah zijn openbaringen duidelijk, voor jullie zelfbeheersing.
Het is duidelijk dat moslims tot op de dag van vandaag deze regels voor de Ramadan opvolgen. Dat vasten overdag komt wel vroom over, maar 's nachts is het een heel ander verhaal - alleen is dat dus niet zichtbaar voor iedereen. Het kan aan mij liggen, maar ik vind dat een beetje schijnheilig overkomen. Het is wel interessant om te zien dat Jezus tegen zijn volgelingen precies het omgekeerde zei:
Mattheüs 6:16. Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. [17] Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, [18] zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
En o ja, met Vader bedoelt Jezus dus God, de persoon die niet alleen Jezus' Vader is, maar dus ook de Vader van de gelovigen. Dit is een cruciaal verschil met het godsbeeld waar moslims het mee moeten doen. De Allah die 's nachts een oogje toeknijpt, tegenover God de Vader die een open oog heeft voor gelovigen die echtheid belangrijker vinden dan schone schijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...