maandag 13 juni 2011

Geknoei met het testament

Soera 2:180-182

Een patroon dat we vaker in de Koran tegenkomen is een algemene regel met een opvallende uitzondering die de regel geheel dreigt te ondermijnen. De volgende familierechtelijke verzen zijn daar een voorbeeld van.
180. Het is jullie voorgeschreven dat wanneer iemand van jullie op sterven ligt en goederen nalaat dat hij een testament opmaakt voor ouders en naaste familieleden, zoals het gebruik is. Zij die Allah vrezen behoren dit te doen.
Hier onderbreek ik de lezing om alvast wat kanttekeningen te plaatsen. Want hoewel dit vers op het eerste gezicht niet zo gek lijkt, zitten er toch wat vreemde kanten aan:
  1. Waarom moet een testament pas opgemaakt worden als iemand z'n eindje ziet naderen? Dat kan toch beter eerder? Want hoe weet je of je de gelegenheid zult krijgen op je sterfbed nog wat te regelen?
  2. De begunstigden van het testament kunnen volgens dit vers alleen ouders en (andere) naaste familieleden zijn, dat wil zeggen kinderen en broers of zussen, geen kleinkinderen, neven, nichtjes of vrienden, laat staan slaven. Hiermee wordt de keuzevrijheid van de stervende al flink ingeperkt.
En er is nog iets ongerijmds. In soera 4:11 lezen we hoe een erfenis precies moet worden verdeeld, voor allerlei verschillende situaties. Daar kan natuurlijk niet van worden afgeweken. Wat heeft de aanstaande overledene eigenlijk nog te vertellen? Daarover lezen we in vers 182 meer, maar eerst moet er nog wat worden gedreigd:
181. Als iemand het testament wijzigt nadat hij het heeft gehoord, zal de schuld daarvoor rusten op degene die het veranderde. Want Allah hoort en weet het.
182. Maar als iemand vreest dat de opsteller van het testament partijdig was of fout zat, en het met de partijen eens wordt, dan draagt hij geen schuld. Want Allah is vergevingsgezind en vol genade.
Dit betekent dus dat wat de erflater ook schrijft, iemand het testament achteraf kan wijzigen. Hij hoeft maar de indruk te krijgen dat de schrijver niet helemaal op het goede spoor zat om het in de prullenmand te gooien. Hiermee is vers 180 in feite een dode letter.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...