zondag 27 maart 2011

Groepsdenken

Soera 2:108-109

Eén van de problemen met de Koran is dat we vaak niet weten waar het over gaat. Het volgende vers heeft het bijvoorbeeld over 'jullie Boodschapper', maar we weten niet wie die Boodschapper is en eigenlijk ook niet wie 'jullie' zijn. Maar goed, omdat de Koran toch het boek van de moslims is en zij allemaal geloven dat met 'jullie Boodschapper' Mohammed wordt bedoeld, de profeet van de Arabieren, zullen wij dat ook maar doen. De volgende verzen trekken de lijn tussen 'wij' en 'hen' ferm bij het geloof in Mohammed:
108. Zouden jullie je Boodschapper in twijfel trekken zoals vroeger Mozes in twijfel werd getrokken? Maar wie van Geloof tot Ongeloof overgaat, is zonder twijfel van het rechte pad afgedwaald.
Uit de Koran blijkt dat de leer van Mohammed nogal afwijkt van wat de Bijbel zoal zegt, zodat wie recht in de leer van de Bijbel is niet tegelijkertijd recht in de leer van Mohammed kan zijn. Vers 108 is dus niet gericht tot Joden en christenen (die geloofden Mohammed namelijk al niet) maar tot de twijfelende aanhangers van Mohammed. De Koranschrijver zal ook wel ontdekt hebben dat de Bijbelkenners niet enthousiast waren over de ideeën van Mohammed, en kennelijk dreigden die Bijbelkenners de vroege moslims van hun gelijk te overtuigen. De reflex van de schrijver is dan niet hun ongelijk aan te tonen, maar om ze zwart te maken:
109. Tamelijk veel van de Mensen van het Boek zouden wel willen dat ze jullie (volk) ontrouw konden maken nadat jullie geloofden, uit egoïstische afgunst, nadat zij van de Waarheid [de leer van Mohammed, KCB] overtuigd waren. Maar vergeef en zie door de vingers, totdat Allah Zijn doel bereikt, want Allah heeft macht over alles.
De Koranschrijver beschuldigt de Bijbelkenners hier van drie dingen: van egoïsme, van afgunst (zie Welk Boek) en in feite ook van leugenachtigheid: ze zijn zogenaamd wel van de Waarheid overtuigd, maar geloven er toch niet in. De werkelijkheid was ongetwijfeld anders: de Bijbelkenners wilden de moslims overtuigen van de waarheid dat de leer van Mohammed niet deugde. Eigenbelang zal daarin wel een rol hebben gespeeld, maar dat was dan wel met een goede reden.

De laatste zin is al een aanwijzing voor de richting waarin we moeten denken. Het 'doel' dat 'Allah' zou gaan bereiken was bij de Koranschrijver misschien al bekend: de uitroeiing van alle niet-moslims uit Arabië. Niet lang na de dood van Mohammed waren er op het Arabisch schiereiland geen Joden en christenen meer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...