zaterdag 3 september 2011

Saul, koning van deserteurs?

Soera 2:246-247

Het volgende tweetal verzen is een interessante variatie op een oud Bijbelgedeelte, namelijk over de aanstelling van Israëls eerste koning, Saul (de koranschrijver weet zijn naam niet goed te schrijven, maar er is geen twijfel wie hier wordt bedoeld).
246. Denk eens aan de kinderen van Israël na Moesa, toen ze tegen een profeet van hen zeiden: "Stel voor ons een koning aan, en we zullen vechten op de weg van Allah!" (...)
We onderbreken dit vers om even een parallel met de Bijbel te trekken. Het verhaal waar de schrijver hier op doelt staat in 1 Samuël 8, en dat begint zo:
4. Toen kwamen alle oudsten van Israël bijeen, en zij kwamen bij Samuel in Rama. [5] Zij zeiden tegen hem: Zie, u bent oud geworden en uw zonen gaan niet in uw wegen. Stel daarom een koning over ons aan om ons leiding te geven, zoals alle volken. (...) [20] (...) hij zal voor ons uitgaan en onze oorlogen voeren.
Samuël is de profeet die de koranschrijver bedoelde (maar waarvan hij kennelijk de naam niet wist). Deze Samuël trad op als rechter maar was geen bestuurder of wetgever, en ook geen generaal. Nu wil het volk een échte leider, een krijgsheer ook. Samuël waarschuwt hen dat ze dat heel veel gaat kosten, maar het volk houdt voet bij stuk. Tot zover loopt de Koran nog min of meer parallel met de Bijbel, maar er is al een andere richting ingeslagen.
246 (...) "Bestaat de mogelijkheid dan niet dat jullie niet zullen vechten als het erop aankomt?" Zij zeiden: "Waarom zouden we niet vechten op de weg van Allah, terwijl we onze huizen met onze kinderen uitgedreven zijn?" Maar toen het op vechten aankwam, weken ze terug, behalve enkelen van hen. En Allah kent de onrechtvaardigen.
Het is niet duidelijk op welke historische gebeurtenis de koranschrijver hier doelt, maar wat in elk geval niet deugt is de manier waarop Samuël hier wordt afgeschilderd. De Koranschrijver wil hem neerzetten als een ijzervreter, een man die het volk alleen een koning wil geven als ze beloven met die man dan ook ten strijde te trekken. Maar in de Bijbel is de trend juist dat Samuël liever had gezien dat het volk geen koning had gewild, dat ze met God als koning zouden leven zodat het helemaal niet nodig zou zijn steeds maar op oorlogspad te gaan. Het laatste zinnetje van vers 246 onderstreept het verschil: Allah vindt mensen die niet willen vechten "onrechtvaardigen", in de Bijbel zul je zoiets nergens lezen.
247. Hun profeet zei tegen hen: "Allah heeft Taloet als Koning over jullie aangewezen." (...)
Zoals gezegd: Taloet = Saul, twee van de drie Engelse vertalers hebben die conclusie zelfs in hun vertaling verwerkt. We slaan in de Bijbel twee hoofdstukken over en lezen dan:
1 Sam. 10:24. Toen zei Samuel tegen heel het volk: Ziet u wie de HEERE uitgekozen heeft? Want zoals hij is er niemand onder het hele volk. Toen juichte het hele volk, en zij zeiden: Leve de koning!
Nou, dat vindt de koranschrijver toch wat al te vrolijk. Het kan immers niet kloppen dat Israël het met God eens is? En dus vinden we in de Koran een radicaal andere lezing:
247. (...) Hoe kan hij koning over ons zijn, terwijl wij geschikter zijn voor dat koningschap, en hij heeft niet eens de gave van welvaart? Hij (Samuël) zei: Allah heeft hem duidelijk boven jullie verkozen, en heeft hem bijzonder veel wijsheid en flinkheid gegeven, en Allah geeft het koninkrijk aan wie hij wil, en Allah zorgt voor alles en weet alles.
De schrijver draait de zaak hier om: het was het volk dat een koning wilde, en God gaf dat volk een koning. Maar een koning met bijzonder veel wijsheid was Saul niet, dat werd later pas gezegd over een andere koning, Salomo.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...