vrijdag 21 januari 2011

Klap van de koe

Soera 2:72-74

In het vorige verhaal ging het over het slachten van een koe, nu begint een nieuw verhaal. Zo lijkt het tenminste even.
72. En toen jullie een man doodden en daar onenigheid over kregen, toen bracht Allah naar voren wat jullie probeerden te verbergen.
Wij herinneren ons niets van deze gebeurtenis, maar er waren een paar lui - op dit moment weten we nog niet van welk volk - die een man doodden, vermoordden misschien zelfs, en toen ruzie gingen maken. Allah zou toen duidelijk hebben gemaakt hoe de vork in de steel zat. Jammer dat wij dat niet te lezen krijgen. Maar goed, misschien brengt het volgende vers uitkomst.
73. Wij zeiden: sla het [lijk] met een deel [van de koe], zo brengt Allah het dode tot leven; hij geeft jullie dit teken zodat jullie [het] zullen begrijpen.
Dat is een tegenvaller: de schrijver gaat gewoon door! Maar ook hier weer met de nodige vaagheden. Iets moet worden geslagen met een stuk van iets. Het eerste iets is volgens Yusufali het dode lichaam, het tweede de geslachte koe. Als Yusufali het goed heeft gezien, lezen we nu het vervolg op het centrale verhaal van Soera De Koe. Daarin werden de Israëlieten opgeroepen een koe te slachten. Dan zijn de moordenaars in vers 72 dus Israëlieten, en de toegesprokenen trouwens ook. Bovendien speelt het verhaal zich af in de tijd van Mozes, zodat je zou denken dat we dit verhaal ook wel ergens in de Bijbel zouden kunnen vinden (dat is ook zo, nl. in Deut. 21:1-9, maar de strekking van dat verhaal is anders).

Let ook op de conclusie: "Zo brengt Allah het/de dode(n) tot leven". Dat klinkt alsof het een of andere methode is die vaker wordt toegepast. Maar is dat ook zo? Wie wel eens van dat soort praktijken heeft gehoord mag het zeggen.

Tenslotte spreekt de schrijver de hoop uit dat "zij" dit ooit zullen begrijpen, maar de kans dat dat gaat gebeuren is vast niet bijzonder groot. Wat denkt de schrijver zelf? Nou, dit:
74. Van toen af aan verhardden jullie harten zich zodat zij als stenen werden, meer nog qua hardheid. (...)
Dit vers gaat dan nog even door om de hardheid te schilderen, maar wij blijven hier even steken. Want bedoelt de schrijver echt een gebeurtenis in het verre verleden, dan was die toch wel monumentaal en dan is het extra merkwaardig dat we het als lezers met zo'n vaag verhaal moeten doen. Het kan natuurlijk ook zijn dat de schrijver hier doelt op zijn Joodse publiek, dat er na het aanhoren van het beledigende verhaal van de koe gevolgd door het bizarre relaas volgens de verzen 72, 73 en 74 schoon genoeg van had.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Op- of aanmerkingen? Plaats ze hier...