Posts tonen met het label onderwerping. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwerping. Alle posts tonen

zondag 18 november 2012

Dans naar de pijpen

Soera 4:91

In vers 90 konden we uitzonderingen vinden op de regel in vers 89 dat moslims ongelovigen moeten uitroeien zodra ze binnen handbereik komen. Vers 90 kan in principe een basis vormen voor een wat vreedzamere co-existentie met de buren, maar dit moet niet te ruim werd opgevat:
91. Je zult anderen tegenkomen die het vertrouwen van zowel jullie als van hen (niet-moslims) willen, maar steeds in vervolging terugvallen. Als ze niet op een afstand blijven, jullie vrede aanbieden en hun handen thuis houden, dood ze dan waar je ze vindt. In hun geval is jullie een vergunning gegeven.
Dit is in overeenstemming met soera 2:191, waar de schrijver stelt dat 'vervolging' erger is dan doodslag, zodat het moslims is toegestaan aan het moorden te slaan als ze worden tegengewerkt. Hier spreekt een gewelddadige overwinnaar, die zich dit soort militante taal kan veroorloven zonder zich voor de rechter te hoeven verantwoorden. Toen de Koran werd geschreven, wáren deze moslims de rechters. God zij dank zijn ze dat in Nederland niet.

zaterdag 17 november 2012

Macht en vrede

Soera 4:90

"Neem ze gevangen en doodt hen waar je ze vindt"
, zo ging het in het vorige vers, maar verrassend genoeg komt er nu een uitzondering:
90. Behalve als ze mensen bereiken met wie jullie een verbond hebben...
Het zou natuurlijk ook al te gek zijn als moslimsoldaten op het terrein van een ander volk mensen gaan vervolgen. Hoewel? Tussen bevriende naties bestaan er doorgaans uitleveringsverdragen, maar de moslimstaat had die kennelijk niet. Dat zou kunnen betekenen dat de 'verbonden' niet vriendschappelijk waren en eerder het karakter van een wapenstilstandsovereenkomst hadden. En het is natuurlijk niet tactisch om in zo'n gespannen situatie gewapende politie over het terrein van de 'bondgenoot' te laten rennen. Vandaar.

En er is nóg een categorie die (onder voorwaarden) mag blijven leven:
(90) (...) en zij die bij jullie komen met een hart dat hen tegenhoudt jullie te bestrijden of hun eigen volk te bestrijden. Want als het Allah had behaagd, had hij hen macht over jullie gegeven, en zij hadden tegen jullie gestreden. Dus als ze zich van jullie terugtrekken en jullie niet bestrijden en jullie vrede aanbieden, dan is Allah er niet vóór dat jullie tegen hen op oorlogspad gaan.
Dit klinkt wel wat vredelievend. Als de tegenstander zich overgeeft, mag die niet meer worden aangevallen. Maar dat hoeft ook helemaal niet, in de logica van de koranschrijver, want als die tegenstander machtig genoeg was, zou hij wel ten strijde zijn getrokken in plaats van voor vrede te gaan. In de ogen van de islamiet is vredelievendheid dus een teken van zwakte.

Er zit trouwens nog wel een addertje onder het gras: de voorwaarden om niet aangevallen te worden omvatten ook het afzien van geweld jegens andere niet-moslims ("hun eigen volk"). Ik vermoed dat daarom volledige ontwapening van ze zal zijn geëist, want wat moeten ze met wapens als ze tegen niemand mogen vechten?

Dit was voor de buurlanden van de moslimstaten natuurlijk te veel gevraagd, en daarom heeft vers 90 niet gewerkt als een mechanisme om de uitdijende moslimstaat te beteugelen. Alleen militaire tegenstand van formaat maakte verschil. Dát werd begrepen als een bewijs van macht, en in het verlengde daarvan, als een signaal dat Allah wilde dat het daar zou stoppen.

Hieruit kunnen lessen worden getrokken voor wanneer men zich afvraagt hoe de expansie van een moslimstaat moet worden beteugeld: niet met vredesbesprekingen dus, maar met strijd. Dat is wat Allah behaagt.

zondag 4 november 2012

Veiligheid

Soera 4:83
83. Maar als zij een beveiligingsopdracht of bedreiging ontvangen, dan gaan ze roepen. (...)
Dit vers is moeilijk te begrijpen. De Engelse vertalers weten ook niet goed wat ze ermee aanmoeten. Bijvoorbeeld de (doorgaans nogal letterlijke) vertaling van Shakir:
And when there comes to them news of security or fear they spread it abroad;
Waarom zou je je naar het buitenland wenden voor hulp als de seinen juist op veilig gaan? Het lijkt mij logischer dat men tot hulp roept als er iets moet worden gedaan waar men zelf niet toe in staat is. Yusufali maakt er dit van:
When there comes to them some matter touching (public) safety or fear, they divulge it.
Het "nieuws" is hier een "zaak"; het "doorgeven naar het buitenland" is vervangen door het neutralere "openbaarmaken". Met zo weinig mogelijk interpreteren lezen we dus dat "zij" te horen krijgen dat er iets is met de veiligheid of met de angst (door onveiligheid).

De rest van het vers is nog vager. Het gaat ongeveer zo:
83. (...) Hadden ze de boodschapper maar gevraagd, en de juiste mensen onder hen, die zouden het wel hebben geweten. Als Allah jullie niet welgezind en genadig was geweest, dan zouden jullie de satan ook hebben gevolgd, behalve een paar.
De toon is gezet. Als de anderen een veiligheidsprobleem hebben, dan hadden ze maar naar de boodschapper of naar de juiste mensen in hun eigen midden moeten luisteren. Nu lopen ze de satan achterna - de moslims gelukkig niet.

woensdag 24 oktober 2012

Buig voor de eenheidsprofeet

Soera 4:64-65
64. We stuurden geen boodschapper behalve om gehoorzaamd te worden, met de toestemming van Allah. (...)
Er is een probleem met het gehoorzamen van die boodschappers. Want in de Bijbel, waar die boodschappers (profeten) uitgebreid aan het woord komen, zeggen ze dingen die niet stroken met de islam. De oplossing voor dat 'probleem' is Profeten 2.0: de Koran. Hier praten de boodschappers tenminste als echte moslims. Volgens de islam is deze versie de juiste, en moet die gehoorzaamd worden. En als joden en christenen het daar nou niet mee eens zijn? Dan komen de problemen:
64. (...) Waren ze maar, toen ze zichzelf benadeeld hadden, bij jullie gekomen om vergeving te vragen van Allah, (dan) zou de boodschapper (ook) vergeving voor hen hebben gevraagd; (dan) zouden ze ontdekt hebben dat Allah vergevingsgezind en barmhartig is.
De tekst hier beweert dat de ongelovigen zichzelf in de nesten gewerkt hadden, maar we mogen gerust aannemen dat de werkelijkheid anders was. De islam verspreidde zich met geweld en liet een spoor van verwoestingen na; bovendien werd iedereen die niet op de knieën ging met de dood bedreigd. De narigheid kwam dus van buiten de eigen kring. Maar wat konden de overwonnenen anders doen, na aanvankelijk verzet, dan zich overgeven? Het volgende vers laat zien hoe de koranschrijver die overgave het liefst zag:
65. Maar nee, ze zullen niet geloven totdat ze jou hebben aangesteld als rechter over de twistzaken die ze onderling hebben, en ze in hun hart geen moeite (meer) hebben met je besluiten, en zich volledig onderwerpen.
Die onderlinge twistzaken waren natuurlijk de dilemma's waar men voor kwam te staan toen Mohammeds volgelingen ineens de baas waren, en het raadt je de koekoek dat de meningsverschillen van de baan waren als de overwonnenen zich eenmaal volledig aan hun nieuwe meesters hadden onderworpen. En zo kon het gebeuren dat het Midden-Oosten en heel Noord-Afrika in slechts enkele decennia vrijwel volledig geïslamiseerd (dus "onderworpen") werden.

vrijdag 5 oktober 2012

Doorslaande argumenten

Soera 4:46-47
46. Van de Joden zijn er die woorden uit hun verband halen en verdraaien. Ze zeggen: "We hebben het gehoord maar luisteren niet", en: "Luister naar wat je niet kunt horen", en: "Luister naar ons!" Ze verdraaien de woorden met hun tong en halen de godsdienst door het slijk. Maar als ze hadden gezegd: "We hebben het gehoord en gehoorzamen", en: "Luister, en kijk naar ons", dan zou dat beter zijn geweest voor hen, en gepaster. Maar Allah heeft hen vanwege hun ontkennen vervloekt. Zij geloven (dus) niet, behalve een klein deel (van hen).
De schrijver kon niet lachen om de grapjes van de Joden, die er schijnbaar een handje van hadden de islamprediker met zijn eigen woorden voor schut te zetten.

Het draait in dit vers om luisteren. De Joden vonden het islamitische gepraat niet om aan te horen. Ze wilden er niet naar luisteren en er al helemaal niet naar handelen. De moslimspreker werd niet op zijn woord geloofd, wat de schrijver niet netjes vindt. Maar volgens hem is er iets anders dat de Joden zou moeten overtuigen, namelijk hun eigen boek (de Tenach):
47. O (van) jullie aan wie het Boek gegeven is! Geloof wat wij geopenbaard hebben, wat bevestigt wat jullie (al) hebben, ...
De schrijver dacht dat het Joodse religieuze boek (de Tenach) de boodschap van zijn religie wel zou onderstrepen. Hij wist kennelijk niet wat wij wel weten, namelijk dat daar geen sprake van kon zijn. Het beroep op de Tenach had dus ook geen zin. En dan speelt de schrijver zijn laatste troefkaart uit:
47 (...) voordat we jullie gezicht omkeren of jullie vervloeken zoals we de sabbatsontheiligers vervloekten. Wat Allah gebiedt, gebeurt.
Dreigen! Dat werkt altijd. Vooral als je die dreigementen zo af en toe zelf waarmaakt. Uit de geschiedenis van de islam weten we dat deze benadering uitstekend heeft gewerkt, en ook tegenwoordig blijkt de kracht van de islam toch vooral in de dreigementen te zitten.

woensdag 19 september 2012

Huisarrest met slaag

Soera 4:33-35
33. En voor iedereen hebben we erfgenamen aangewezen voor wat ouders en naaste familieleden nalaten; en wat betreft hen met wie je rechterhand een overeenkomst heeft gesloten, geef hen hun deel. Zeker, Allah is getuige van alle dingen.
Na deze nietszeggende herintroductie van het erfrecht in soera 4 komt nu eindelijk de motivatie voor het achterstellen van vrouwen bij het verdelen van de nalatenschap:
34. Mannen zijn de ondersteuners van vrouwen omdat Allah sommigen boven anderen heeft gesteld en omdat zij van hun bezit besteden (aan ...)...
Goed, mannen hebben dus meer geld nodig omdat ze meer uitgaven hebben, bijvoorbeeld aan hun vrouwen. Maar dat is een cirkelredenering: omdat vrouwen minder krijgen hebben ze natuurlijk ook minder uit te geven, zoals aan hun man bijvoorbeeld. Maar dat zal bij de koranschrijver niet zijn opgekomen, want hij ziet vrouwen zo ongeveer als honden die je met lijfstraffen in het gareel moet zien te krijgen:
34. (...) Goede vrouwen zijn daarom gehoorzaam, het ongeziene bewakend zoals Allah het bewaakte. En wat betreft hen van wie je vreest dat ze in opstand komen: waarschuw ze, zonder ze af in hun slaapkamer en sla ze. Als ze je dan gehoorzamen, onderneem dan verder geen stappen tegen ze. Zeker, Allah is hoog en groot.
In dit (beruchte) vers worden de verhoudingen wel erg duidelijk. Het meest stuitend is nog wel dat een vermoeden van opstandigheid al genoeg reden is om de verdachte op te sluiten en te martelen. En die maatregel zelf - waar slaat die eigenlijk op? Moet de relatie daar soms beter van worden? Het ligt meer voor de hand dat de vrouw hierna niks meer met haar man te maken wil hebben. Hoe denkt de koranschrijver daarover? Wel, zoals gebruikelijk in de Koran heeft de vrouw niets te willen:
35. En als jullie een breuk tussen die twee vrezen, wijs dan een rechter van zijn familie en een rechter van haar familie aan. Als zij beiden verzoening willen, dan zal Allah harmonie tussen hen brengen. Zeker, Allah is op de hoogte en bewust.
Zo te zien kunnen die rechters alleen oordelen dat het koppel bij elkaar moet blijven. In soera 2 (vers 226 en verder) lazen we reeds dat een man kan scheiden zonder tussenkomst van een rechter. Dus deze regeling is niet bedoeld om de man tegen te houden die zijn vrouw wil wegsturen, maar om de vrouw tegen te houden die bij haar man weg wil.

woensdag 8 augustus 2012

Het geloof van Abraham

Soera 2:130-131
130. Wie wenst van het geloof van Abraham (af te wijken) uitgezonderd hij die zijn ziel verdwaast? En zeker, wij kozen hem in deze wereld, en in het hiernamaals behoort hij bij de rechtvaardigen.
131. Toen zijn heer tegen hem zei: "Onderwerp je", zei hij: "Ik onderwerp mij aan de heer van de schepping".
Maar welk geloof hing Abraham eigenlijk aan? Een moslim was hij in elk geval niet:
  • hij hield geen Ramadan of 
  • jaarlijkse bedevaart naar Mekka, 
  • hij las nooit de Koran, en
  • hij boog zich niet vijfmaal per dag op een matje naar het Oosten.
De Koranschrijver gebruikt in vers 131 tweemaal een vorm van het woord islam, daarmee suggererend dat Abraham eigenlijk een moslim was. Een sterk staaltje geschiedvervalsing.

Zie ook: soera 3:67.

maandag 16 juli 2012

Schandalige overeenkomst

Soera 3:112
112. Schande zal over hen worden uitgespreid waar ze worden gevonden, slechts onder het verbond van Allah en het verbond  van mensen; zij hebben de toorn van Allah over zich afgeroepen, en vernedering zal over hen worden uitgespreid. Dit is omdat zij de tekenen van Allah hebben ontkend...
Wie de islam maar niks vindt is onder moslimbewind de klos: schande en vernedering wordt zijn deel, onderworpen aan een verbond met Allah en mensen (bedoeld wordt: met moslims) waar hij niet vrijwillig voor getekend heeft. Hoe noem je zo'n "verbond"? Afpersing. De stok achter de deur is ongetwijfeld erger dan vernedering, namelijk de dood. Schrijver vindt dat ook terecht, want de onderworpenen hebben volgens hem nog meer misdaan:
112. (...) en de profeten hebben gedood zonder recht; (om)dat zij ongehoorzaam waren en de perken te buiten gingen.
Precies dezelfde bewoordingen vinden we in soera 2:61. Eigenlijk lijkt het hele vers wel daarvan overgenomen. Of andersom, misschien komt het vers van soera 2 wel uit soera 3. Dat is lastig te zeggen, omdat de soera's in de Koran niet bepaald op volgorde van tijd staan. Maar we dreigen af te dwalen. Want zoals zo vaak zegt het ontbrekende hier meer dan wat er staat. Mogen wij bijvoorbeeld ook weten welke profeten ze zogenaamd hebben vermoord? Toch niet de profeet van de islam.

Helaas moeten we hier een zwarte bladzijde uit de geschiedenis opslaan, die voorafging aan de opkomst van de islam. De Byzantijnse keizer Justinianus (527-565) maakte aanhangers van het jodendom officieel tot paria's, onder meer met als argument dat zij de "moordenaars van Christus" waren. Je zou zeggen dat die zaak toen al een half millennium verjaard was, maar de koranschrijver heeft die onzin overgenomen met een kleine aanpassing: de joden (en misschien ook meteen maar de christenen) uit zijn tijd kregen de schuld van alle ooit gedode profeten. Behalve van Jezus zelf, want die is volgens de Koran juist niet vermoord (zie bijvoorbeeld 4:157).

zondag 15 juli 2012

Slag in de rug

Soera 3:110-111
110. Jullie zijn een beter volk, vooruitgeholpen voor de mensen; jullie sporen aan tot het goede en verbieden het kwade en geloven in Allah. Geloofden de mensen van het Boek ook maar zo, dat zou beter voor hen zijn. Sommigen geloven ook, maar de meesten van hen zijn de verworpenen.
Er zijn van dit vers ook krassere vertalingen, zoals "Jullie zijn het beste volk, verheven boven de andere volkeren", maar ik heb het wat behoudend vertaald om het niet bonter te maken dan het misschien is bedoeld. De strekking blijft trouwens toch hetzelfde: moslims zijn verheven boven de rest, uitsluitend en alleen omdat ze het juiste geloof hebben, en zij zijn aangewezen om de rest van de wereld de les te lezen. Dat airtje is bij hedendaagse moslims ook nog wel eens te bespeuren.
111. Zij zullen jullie niet schaden - integendeel, zeker, als ze jullie bestrijden zullen ze jullie de rug toekeren, en dan zullen ze niet geholpen worden.
Dit vers beschrijft in grote trekken de Arabische expansie van de 7e eeuw, die ten koste ging van christelijk gebied. Een paar decennia later werden de legers van de islam over de Pyreneeën teruggejaagd, maar toen kon de Koran op dit punt niet meer worden gecorrigeerd.

En er is nog iets merkwaardigs aan dit vers, namelijk de militaristische benadering van joden en christenen: lukt het met overreding niet, dan maar met geweld. Voor een religieus boek is de Koran nogal laagbijdegronds.

dinsdag 10 juli 2012

Sjaria voor iedereen

Soera 3:102-104
102. O jullie die geloven! Vrees Allah zoals hij gevreesd moet worden, en sterf niet (in een ander geloof) dan als moslims.
103. En houd je vast aan het koord van Allah, samen, en niet verdeeld, en denk aan de gunst door Allah aan jullie verleend. Jullie waren vijanden, maar hij verenigde jullie harten in zijn gunst als broeders. Jullie stonden aan de rand van een put met vuur, toen redde hij jullie daaruit. Zo toont Allah jullie zijn tekenen, zodat jullie geleid zullen worden.
In vers 103 vinden we een drietal tamelijk unieke concepten, namelijk het "koord van Allah", broederschap en de "put van vuur". Het broederschap, in de zin van "broeders in het geloof", vinden we verder nog op drie andere plaatsen in de Koran. Dat is weinig. Ter vergelijking: in het Nieuwe Testament is het woord "broeder" synoniem met geloofsgenoot en komt het meer dan honderd keer in die betekenis voor.

Dat de nieuwgelovigen broeders worden genoemd en dat de eenheid met de andere moslims zo wordt benadrukt dient een speciaal doel:
104. En van jullie moet er een groep zijn die uitnodigt tot het goede en oproept tot de deugd en verbiedt wat verkeerd is; zij zullen succesvol zijn.
Deze groep moslims moet anderen dus de wet gaan voorschrijven, maar zijn die anderen ook moslims? Dat wordt uit dit vers niet meteen duidelijk. Maar in bepaalde wijken in Londen zie je hoe moslims daar verzen zoals dit opvatten: als een opdracht om de baas te spelen.

vrijdag 22 juni 2012

Gul met andermans geld

Soera 3:72-74
72. En sommigen van de mensen van het boek zeggen: "Geloof in de morgen wat geopenbaard is aan hen die geloven, en verwerp het aan het eind van de dag, misschien komen ze (ervan) terug."
73. Geloof (ze dus) niet, maar alleen hen die jullie religie aanhangen...
Het citaat van vers 72 is duidelijk vals, maar er zit vast een kern van waarheid in. Het zou namelijk best kunnen dat tijdgenoten van de eerste moslims met hen begaan waren (of zich zorgen maakten), zodat ze bereid waren om een eind met ze mee te gaan, hun gedachten te volgen, met als einddoel uiteraard om ze van de islam te bekeren. Maar de Koranschrijver ziet er alleen bedrog in.
(73.) Zeker, de (ware) leiding is de leiding van Allah; dat anderen gegeven mag worden wat jullie is gegeven, of dat ze met jullie in discussie gaan voor jullie heer. Zeker, de gaven zijn in de hand van Allah, hij schenkt die aan wie hij wil en Allah is rijk, alwetend.
Uit de verhalen over Mohammed weten we dat de materiële voorspoed van de moslims niet van Allah afkomstig was, maar van de landgenoten die ze beroofd hadden. Geld waar je zelf niet voor gewerkt hebt is betrekkelijk gemakkelijk ook weer weg te geven, vooral als de ontvangers je vrienden zijn:
74. Hij selecteert (mensen) om er genade aan te geven, en Allah is gul met onbeperkte gaven.
Nou ja, onbeperkt was het natuurlijk niet helemaal. Om deze belofte waar te maken moesten er steeds nieuwe stukken land worden ingenomen en uitgeklopt. Waar dat toe geleid heeft is vandaag nog te zien.

zaterdag 9 juni 2012

Punt op de horizon

Soera 3:50-52
50. "En bevestigend wat me voorhanden is van de toera en om sommige dingen die u verboden waren toe te staan. En ik kom met een teken van jullie heer; pas op voor Allah en gehoorzaam mij."
Het valt me steeds weer op hoeveel slagen de schrijver om de arm houdt. Welke dingen waren verboden maar zijn nu ineens toegestaan? En welk deel van de Wet van Mozes wordt door de spreker (hier zogenaamd Isa) bevestigd? En met welk teken komt hij voor de dag? Vaag, vaag, vaag.

Hier kan wel een goede reden voor zijn. Dit vers staat namelijk niet op zichzelf, dergelijke passages heb je meer in de Koran. De boodschap die de schrijver wil overbrengen, is dit: "De vroegere profeten bevestigden de Oude Boeken, tenminste gedeeltelijk, met wat aanpassingen hier en daar. En ik, de moslimprofeet, sta in die traditie en verdien evengoed gehoorzaamheid." Dit is nogal aanmatigend, maar bovendien citeert de koranschrijver vals en verdraait hij de uitspraken en levensbeschrijvingen van Bijbelse personages zó, dat die sprekend op hemzelf gaan lijken. Wat in vers 50 te lezen valt, kom je in de Bijbel niet tegen.
51. Zeker, Allah is mijn heer en jullie heer, dien hem dus, dit is het rechte pad.
52. Maar toen Isa ongeloof bij hen merkte, zei hij: "Wie zal mij helpen op de weg van Allah?" (Toen) antwoordden zijn volgelingen: "Wij helpen Allah, wij geloven in Allah, kijk maar, wij zijn moslims."
De Koranschrijver laat Jezus en zijn volgelingen hier toch wel heel vreemde dingen zeggen. In de Bijbel laat Jezus zijn volgelingen hem niet helpen, maar in hem geloven. Maar daar gaat het de Koranschrijver niet om. Die wil handjes, hulp "op de weg van Allah", lees: de weg naar overheersing. Om dat punt te maken vindt de schrijver het geen punt om de oorspronkelijke verhalen op enkele punten aan te passen. Het mispunt.

zaterdag 28 april 2012

Geen discussie

Soera 3:19-20
19. Zeker, de religie voor Allah is overgave [islam], en het meningsverschil van de mensen van het Boek ontstond pas toen de kennis tot hen kwam, (en) afgunst tussen hen. En wie de tekenen van Allah bedekt, zeker, Allah is snel in het afrekenen.
Steeds weer zien we die tegenstelling: Allah eist onderwerping, dat is de enige juiste godsdienstige houding, en wie daarvan afwijkt krijgt binnenkort met Allah te maken. En tussendoor natuurlijk nog een vleugje smaad, de suggestie dat de afwijzing van de leer van Mohammed niet voortkomt uit kennis van het Boek, maar uit afgunst.

Wel, ik heb weinig redenen om jaloers te zijn op de aanhangers van de Koran. Het 'snelle afrekenen' spreekt mij in elk geval niet zo aan, ik had liever 'overtuigend argumenteren' gezien. Hoe denkt de Koran daarover?
20. En als zij met jou in discussie gaan, zeg dan: "Ik heb mezelf volledig aan Allah onderworpen, ook iedereen die mij volgt". En zeg tegen hen aan wie het Boek is gegeven en aan de analfabeten: "Onderwerpen jullie je ook?" Als zij dat doen, dan zijn ze op het juiste pad geleid, maar als ze zich afkeren, is het aan jou de boodschap te verbreiden. En Allah let op zijn dienaren.
Het antwoord van de moslim op discussie is de oproep tot onderwerping, kort gezegd: "je bek houden en knielen". Jezus deed zo niet, en zijn volgelingen evenmin. Zij trokken mensen over de streep met overtuiging, met wonderen zelfs. Ik denk dat de koranschrijver daar jaloers op was.

vrijdag 3 februari 2012

Stress

Soera 2:21
21. O jullie, mensen, aanbid jullie heer die jullie heeft gemaakt, en hen vóór jullie, dat jullie ontzag zullen hebben.
Twee dingen vallen op aan dit vers. Zo vindt de schrijver kennelijk dat mensen worden gemaakt in plaats van geboren. Nou goed, laten we dat maar als een dichterlijke vrijheid opvatten.

Het vers eindigt met de woorden "...dat jullie ontzag zullen hebben". Andere vertalingen hebben "zelfbeheersing", "afweren van kwaad", "oppassend zijn", "(Allah) vrezen", "vroomheid", "rechtvaardigheid" enzovoorts. Kennelijk is het woord lastig te vertalen.

In een aantal koranverzen vinden we ook de retorische ontkenning: "zullen jullie dan geen ontzag hebben?" Ook hiervoor vinden we andere vertalingen, zoals: "zullen jullie dan het kwaad niet afweren?", "jullie plicht betrachten?", "vroomheid tonen?".

De context van de verzen waarin deze uitdrukking zoal voorkomt helpt ook niet echt. Soms denk je dat het "respecteren" of "vrezen" betekent, soms lijkt "verdedigen" of "afweren" een betere vertaling. Kortom, "op je hoede zijn". Een stressvolle levenshouding, als je het mij vraagt. Lijkt me niet fijn.


zondag 18 december 2011

Farao, de Jood

Soera 3:8-12
8. Onze heer, laat ons hart niet afwijken na uw gift aan ons, en geef ons van uw barmhartigheid; u, u bent de gever.
9. Heer, u verzamelt de mensen op een dag, zonder twijfel; zeker, u zal uw beloften niet breken.
10. Zeker, zij die ontkennen, hun geld zal hen niet baten, noch zullen hun kinderen voor Allah iets betekenen; zij zullen brandstof zijn voor het vuur.
11. Zoals die van Feroen en zijn voorgangers (...) 
Slavernij in Egypte - niet alleen
de nakomelingen van Jacob
kregen ermee te maken...
Feroen (Firon) is de titel van de heerser van Egypte, Farao, waarover het Bijbelboek Exodus het een en ander vertelt. De Koranschrijver veronderstelt dit bekend, en hij trekt in één keer de lijn door naar zijn theologische tegenstanders. Maar die vergelijking gaat aan alle kanten mank: de "ongelovigen" in de tijd van Mohammed hielden de moslims niet gevangen, zij verhinderden de mohammedanen zelfs niet om naar een ander land te gaan en zij dwongen ze al helemaal niet tot slavenarbeid. Integendeel: de moslims namen de vrouwen van de niet-moslims gevangen, joegen anderen het land uit en, inderdaad, maakten tallozen uit de overwonnen volken tot slaven.

Wie de claims van de Koran serieus onderzoekt, ontdekt dat de overeenkomsten tussen de Koranverhalen en de Bijbelverhalen zeer oppervlakkig zijn. De namen lijken wat op elkaar, de gebeurtenissen ook een beetje, maar in wezen zijn het heel andere verhalen die er alleen toe dienen om moslims de "juiste" houding jegens de "ongelovigen" mee te geven.
11. (...) en hun voorgangers. Zij verwierpen onze openbaringen, dus Allah rekende met hen af vanwege hun zonden; en Allah is streng in het straffen.
12. Zeg tegen hen die ontkennen: "Jullie zullen worden overwonnen en verzameld in de hel, een slechte rustplaats".
De ongelovigen moeten dus dubbel oppassen: niet alleen zullen ze naar de hel gaan, maar daarvóór zullen ze ook nog worden overwonnen. Drie keer raden door wie.

woensdag 7 december 2011

Help met klappen

Soera 2:286

Nog één vers en dan hebben we soera 2 uit. Wordt dat de klap op de vuurpijl?
286. Allah legt geen enkele ziel een plicht op dan naar vermogen. (De ziel) zal krijgen wat hij verdient en dragen wat hij heeft misdaan. Onze heer! Straf ons niet als we iets vergeten of ons vergissen. Onze heer! Leg ons geen last op zoals u onze voorgangers oplegde. Onze heer! Leg ons niet op waarvoor we de kracht missen om het te dragen. En vergeef ons en gun ons bescherming en geef ons genade...
Eén merkwaardige passage wil ik toch nog even uitlichten: eerst staat er dat Allah geen enkele ziel (inclusief niet-moslims?) een zwaardere last oplegt dan hij kan dragen, maar dan smeekt de koranschrijver of Allah aan hem en de zijnen geen last zal opleggen zoals de voorgangers (de joden?) kregen. Werden de joden dan wel boven vermogen belast, of willen de moslims het gewoon een stuk makkelijker hebben? Het eerste lijkt in strijd met het begin van het vers, het tweede is in strijd met wat erop volgt, want als je eerst vraagt om minder dan maximale belasting, waarom zou je dan vervolgens vragen om hooguit maximale belasting? Nou goed, de allerlaatste regel dan:
286. (...) U bent onze beschermer, dus help ons tegen het ongelovige volk.
Nou, maar dat is me vroom! Inderdaad een klap op de vuurpijl, sterker, een klap voor de wereld.

zaterdag 1 oktober 2011

Troon op Aarde

Soera 2:255
255. Allah - behalve hij is er geen god, de levende, de eeuwige. Sluimer zal hem niet overvallen, ook zal hij niet slapen. Wat er ook is in de hemelen en op aarde: wie tussenbeide komt kan dat slechts met zijn toestemming; hij weet wat zij voorhanden hebben en wat achter hen staat; zij omvatten geen enkele kennis, behalve wat hem behaagt. Hij bouwt zijn troon uit over de hemelen en de aarde, en hij zal wat hij gered heeft niet teruggeven, en hij is de hoge, de grote.
Dit tekstfragment is niet eenvoudig te vertalen. Het bevat in het Arabisch verscheidene woorden die nergens anders voorkomen, bijvoorbeeld het woord dat vertaald wordt met "sluimer", dat elders als "jaar" of "jaren" wordt vertaald (hoewel de diakritische tekens daar anders zijn).

Dan de zin "hij zal wat hij gered heeft niet teruggeven". Anderen zeggen: "hij wordt niet moe die beide (hemelen en aarde) te bewaken en te behouden". Het woord dat vertaald is met "moe worden" is uniek, zodat het moeilijk wordt de juiste vertaling af te leiden uit het zinsverband van andere verzen.

We herkennen in dit vers 255 enkele Bijbelpassages, die de vertalers misschien hebben geholpen. Bijvoorbeeld
Psalm 121:2. Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft. [3] Hij zal uw voet niet laten wankelen, uw Bewaarder zal niet sluimeren. Zie, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren of slapen.
Psalm 103:19. De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd, Zijn Koninkrijk heerst over alles.
Jesaja 66:1. Zo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank van Mijn voeten.
Nergens in de Bijbel vinden we de notie dat God zijn troon op Aarde heeft staan. Ook in het Nieuwe Testament is het koninkrijk van God een hemels koninkrijk, niet een aards koninkrijk. Hier slaat de islam een andere weg in: Allah breidt zijn koninkrijk ook uit over de Aarde, en wat hij eenmaal heeft laat hij niet zomaar meer los.

dinsdag 26 juli 2011

Erop!

Soera 2:222-223

Uit andere verzen van deze soera kregen we al de indruk dat vrouwen door de schrijver niet voor vol worden aangezien. De verzen 222 en 223 bevestigen dat beeld: vrouwen zijn een gebruiksvoorwerp en Allah besluit hoe daarmee omgegaan moet worden. Laten we ze maar eens lezen:
222. Ze stellen je vragen over menstruatie. Zeg: het is een ziekte, blijf dus vandaan bij vrouwen in deze periode, totdat ze weer schoon zijn. Maar als ze zich heeft verschoond, benader haar dan weer zoals Allah je heeft opgedragen. Want Allah houdt van hen die zich geregeld tot hem keren en die ervoor zorgen schoon te blijven.
223. Jullie vrouwen zijn jullie akkers, dus ga naar je akker wanneer je wilt, en stuur iets goeds vooruit voor je ziel, en pas op voor Allah. (...)
Het woord voor "ziekte" wordt nogal verschillend vertaald, bijvoorbeeld als "onreinheid" of "iets onaangenaams". Maar waar het in vers 222 om gaat is het tweede deel: het zijn de mannen die schoon moeten blijven en de mannen die de heilige plicht hebben hun vrouw(en) te bestijgen zodra de periode weer voorbij is. Wie nog denkt dat anders te moeten lezen is na vers 223 uitgetwijfeld: de mannen bepalen wanneer ze hun vrouw beklimmen, het lijkt er niet op dat vrouwen nee mogen zeggen of zelf het initiatief mogen nemen.

Merkwaardig (en een beetje duister) is het tweede deel van vers 223, waar lijkt te staan dat de mannen een goede daad moeten verrichten voordat ze tot "de daad" overgaan. Alsof seks iets slechts is dat met iets goeds moet worden gecompenseerd. En ja, als vrouwen worden behandeld zoals de Koran het hier voorschrijft, dan kunnen we het daar wel mee eens zijn.

woensdag 20 juli 2011

Vechten

Soera 2:216-218

De verzen die nu volgen zijn wel de meest opruiende van soera 2. Ik zeg het maar meteen: het gaat hier niet om overdrachtelijke strijd maar om fysieke confrontatie, het voeren van oorlog:
216. Vechten is je opdracht, hoewel je er niet van houdt. Maar waar je niet van houdt kan goed voor je zijn, het kan ook zijn dat je van iets houdt dat slecht voor je is. Allah weet het, jij weet het niet.
Hier wordt blinde gehoorzaamheid geëist, zoals past bij een militaire commandostructuur. De commandant is hier Allah zelf, en de soldaten worden niet geacht mee te denken.
217. Ze stellen je vragen over vechten tijdens de Heilige Maand. Zeg: vechten daarin is een ernstige zaak, maar het is ernstiger in de ogen van Allah om mensen af te houden van de weg van Allah, hem ontkennend, van de heilige moskee, en zijn mensen daaruit te verdrijven. Vervolging is erger dan doodslag. (...)
Die laatste zin komt ons bekend voor uit vers 191, maar het gaat ons meer om de zinnen die daaraan vooraf gaan. Het merkwaardige ethische principe dat Allah hier hanteert is dat het kwaad van een ander je eigen kwaad kan goedmaken. Het kwaad van de ander is hier onderdrukking van de islam, het eigen kwaad is het vechten in de heilige maand (is dat erg?) en anderen over de kling jagen. Voor mijn gevoel is vooral dat laatste nogal overdreven, gezien wat er tegenover staat. Misschien voelde de schrijver dat diep van binnen ook wel zo, vandaar het vervolg van dit vers waarin de 'vijand' wordt weggezet als zó bedreigend dat de moslims met de rug tegen de muur lijken te staan:
217. (...) En zij zullen niet ophouden tegen jullie te vechten totdat ze je van het geloof hebben afgebracht, als ze dat kunnen. (...)
Hier zijn twee dingen van te zeggen. Joden en Christenen hebben in hun heilige boeken niet staan dat aanhangers van een ander geloof met geweld moeten worden bestreden totdat die anderen van hun geloof af gebracht zijn. De koranschrijver maakt de tegenpartij dus zwart. Aan de andere kant roept vers 216 moslims wel degelijk op ten strijde te trekken tegen mensen die de islam tegenwerken. Deze agressieve opstelling is meer dan tactiek, het is een geloofsartikel, eentje waarvan anderen ongetwijfeld graag zouden zien dat moslims dat afzweren.
217. (...) En wie van zijn geloof afstapt en sterft in zijn ongeloof, die is als degene wiens werk niet alleen in dit leven maar ook in het hiernamaals voor niets is geweest. Zij hebben recht op het Vuur, en daarin zullen ze blijven.
Dit tekstgedeelte, zo direct volgend op het voorgaande over religieus gemotiveerd geweld, lijkt te zeggen dat een moslim naar de hel gaat als hij het onjuist vindt geweld te gebruiken tegen mensen die de islam tegenwerken. Soera 3:167 zegt dat ook, namelijk dat wie niet mee wil vechten zo goed als een ongelovige is. Het zou zomaar kunnen dat verzen zoals deze de gewelddadige en militaristische trekjes van de islam verklaren.

woensdag 13 juli 2011

De vrome

Soera 2:207-209

In vers 204 begint de koranschrijver een (volgens hem) verkeerd soort mensen te beschrijven, maar in vers 207 gaat het over de goede soort. De bewoordingen zijn vergelijkbaar, waarmee de tegenstelling wordt onderstreept:
207. En onder de mensen is er een ander die zichzelf verkoopt ten bate van het genoegen van Allah, en Allah is zeer gesteld op aan hem toegewijden.
Dit lijkt trouwens op een christelijk thema, namelijk waar Jezus zegt:
Lukas 9:24. Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden. [25] Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen en zichzelf te verliezen of zelf schade te lijden? [26] Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader en in die van de heilige engelen.
Het gaat hier niet over zelfmoord of zoiets, maar over het openlijk aanhangen van Jezus, wat in die tijd (en trouwens ook in andere tijden) neerkwam op politieke zelfmoord: een respectabele maatschappelijke positie kon je dan wel vergeten.

Terug naar de Koran. Bedoelt de schrijver in vers 207 hetzelfde? Ik denk toch van niet. Ten eerste heeft de schrijver het niet over maatschappelijk aanzien, ten tweede plaatst hij de vrome moslim tegenover de levensgenieter. De vrome moslim is dus iemand die het aardse leven haat, of er tenminste afstand van neemt. Deze vrome is een asceet, een kluizenaar. Maar dat is iets anders dan wat uit Lukas 9 spreekt.
208. O gelovige, ga in onderwerping [islam] met je hele hart, en volg niet de stappen van de boosaardige [shaitan], hij is voorwaar een openlijke vijand.
Zo, is de "shaitan" een "openlijke" vijand? Bij dit woord kunnen wij denken aan hedendaagse islamitische begrippen als "de grote shaitan" en "de kleine shaitan" waarmee respectievelijk de VS en Israël worden bedoeld. Maar ja, die staten waren er nog niet toen de Koran werd geschreven. De Koran doelt ongetwijfeld op bij het Hebreeuwse begrip s-t-n, de (bovenmenselijke) tegenstander van God. Deze satan is echter met het oog niet zichtbaar en is dus een verborgen vijand.

Kan de schrijver soms geen onderscheid maken tussen verborgen en openlijk, tussen duister en duidelijk? Het volgende vers is dan wel heel ironisch:
209. Maar als je terug glijdt nadat de duidelijke bewijsstukken aan je zijn overlegd, (...)
Met die "duidelijke bewijsstukken" moet de koranschrijver wel iets anders bedoelen dan de Koran zelf, want dat boek is zelden duidelijk en bewijst ook niet veel, behalve misschien dat de schrijver behept was met een aantal onaangename trekjes zoals een neiging tot overdreven achterdocht en zwartgalligheid. In de volgende verzen zullen we nog meer bewijzen vinden voor zijn hang naar het duister.