Posts tonen met het label Jeruzalem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeruzalem. Alle posts tonen

vrijdag 3 augustus 2012

Vage rituelen

Soera 2:128
128. Onze heer, maak ons (mensen die) aan u onderworpen (zijn), en van onze nakomelingen een volk dat aan u onderworpen (is), en toon ons onze rituelen (die wij moeten uitvoeren); keer u tot ons, (want) ú bent degene die zich (tot mensen) keert, de genadige.
Het woord: "rituelen" vinden we elders in de Koran alleen nog in vers 200, waar het gaat over wat de gelovigen moeten doen bij (of in) het 'heilige monument' - al is ook daar niet duidelijk wat voor handelingen dat dan zijn.

De Rotskoepel in Jeruzalem,
voordat deze werd afgewerkt
met verguld aluminium
(OSU Archives)
Het verband van dit vers is vermoedelijk het vorige vers, waarin het gaat over het gebouw waarvan Abraham en Ismaël de fundamenten zouden hebben gelegd. Dat gebouw is tegenwoordig de Rotskoepel in Jeruzalem. Maar als moslims op bedevaart gaan komen ze in Mekka terecht, en vervolgens worden dáár de rituelen uitgevoerd. Vanwege de enorme vaagheid van de Koran is het niet verwonderlijk dat moslims letterlijk en figuurlijk de weg kwijt zijn.

zondag 29 juli 2012

Vergissing van het huis

Soera 2:127


In vers 125 krijgen Abraham en Ismaël zogenaamd de opdracht een 'huis' te wijden aan de islam. Uit de beschrijving kunnen we opmaken dat men ergens omheen kon lopen en er ook kon binnengaan. Dit lijkt te passen bij de Rotskoepel in Jeruzalem, die eerst van hout was en in die uitvoering gebouwd werd door een zekere Omar ibn al-Chattab (584-644), tevens Koranschrijver.
127. En toen Ibrahim en Ismaïl de fundamenten van het huis op hoogte brachten, (baden zij): "O Heer, aanvaard (dit) van ons! Zeker, u bent de horende, de wetende".
De schrijver geeft dit 'huis' de nodige geestelijke betekenis door Abraham en Ismaël aan te wijzen als de grondleggers, hoewel die mannen meer dan tweeduizend jaar eerder leefden. De werkelijkheid was echter anders.

Toen moslims zich van de Tempelberg meester maakten hadden er al drie Joodse tempels gestaan. Omar bouwde, kennelijk zonder dat te weten, op de fundamenten die niet Abraham maar Herodes de Grote had gelegd. Het tempelcomplex dat Herodes liet bouwen werd een eeuw later door de Romeinen met de grond gelijk gemaakt. Maar deze plaats, de top van de berg Moria, is voor Joden altijd belangrijk gebleven. Op de één of andere manier is deze plaats daarom ook voor de islam van belang.

Het tegenwoordige religieuze centrum van de islam, niet in Jeruzalem maar in Mekka, is van later datum. Hoewel Abraham vermoedelijk wel eens in Jeruzalem (Salem) op bezoek is geweest, was hij nooit in Mekka. De zwarte steen die daar aanbeden wordt heeft bovendien niks met het geloof van Abraham te maken.

zondag 3 juni 2012

Maria en Zacharias

Soera 3:37
37. Haar heer aanvaardde haar in hoge mate en liet haar goed opgroeien, en hij liet Zakaria voor haar zorgen...
Maria - over haar gaat het hier - wordt dus kennelijk toevertrouwd aan de zorgen van een zekere Zakaria. Maar wie is dat? Een vriend? Familie? In soera 19 lezen we meer over hem, en ook weer over Maria, maar niet over hun eventuele familieband. Daarvoor moeten we naar een ander boek, de Bijbel.

In het Evangelie volgens Lukas vinden we het antwoord: de vrouw van Zacharias, Elizabet, was een nicht van Maria. Maria logeert volgens het verhaal drie maanden bij haar (oudere) nicht, die in die periode hoogzwanger is. Ongetwijfeld zal Maria in die tijd een handje in het huishouden hebben toegestoken. Een heel andere situatie dan soera 3 suggereert.

Maar misschien praat de Koran wel over een eerdere periode, toen Maria misschien bij haar nicht kind aan huis was. Dat zou natuurlijk kunnen, alhoewel we ons dan moeten afvragen hoe de Koranschrijver aan die wijsheid is gekomen. Er zijn wel parallellen te zien met een apocrief geschrift uit de 2e eeuw, het Proto-Evangelie van Jacobus. Dit beschrijft de geboorte van Maria. Verderop (VIII.1) staat dat Maria in de tempel woont, waar een zekere priester met de naam Zacharias dient. Maria ontvangt er volgens dit verhaal voedsel "uit de hand van een engel". Heeft de Koranschrijver soms hieruit geput? Het lijkt er wel op:
(37). ... steeds als Zakaria het heiligdom binnenging om haar te bezoeken, vond hij haar met voedsel. Hij zei: "O Maria, hoe kom je daaraan?" Ze zei: "Het komt van Allah. Zeker, Allah geeft aan wie hem bevallen, zonder maat".
Dat proto-evangelie houden we nog even bij de hand, voor het vervolg in vers 42.


Bronnen:

maandag 10 oktober 2011

Ezra, de langslaper

Soera 2:259
259. Of denk aan de parabel van hem die bij een woonplaats kwam die met de grond gelijk was gemaakt. Hij zei: "Kan Allah hier weer leven geven?" Toen liet Allah hem sterven en maakte hem na honderd jaar weer levend. "Hoe lang ben je hier geweest?", zei hij. Hij antwoordde: "Een dag, of een deel van een dag." "Nee", antwoordde hij, "honderd jaar! Kijk naar je eten en drinken: het is niet bedorven. Kijk naar je ezel. En (om) je als teken voor de mensen (te laten zijn): kijk naar je botten, hoe ze zijn samengevoegd en bedekt zijn met vlees." Toen het hem duidelijk was geworden zei hij: "Ik weet dat Allah macht heeft over alles".
Over wie gaat dit verhaal? Oude islamitische tradities leggen het verband met de Bijbelse figuur Ezra (Arabisch: Oezair), maar die Ezra was een leidende figuur van de Joden die van Babylonië terugkeerden naar Jeruzalem. Voor honderd jaar (schijn)dood zijn had hij geen tijd, en zoiets is dan ook niet beschreven. Ja, in de Koran wel, maar daar staat zijn naam dan weer niet bij.

Wat moeten we met deze parabel? De boodschap is dat een stad kan herleven, al is het na een eeuw. Dat doet dan wel weer denken aan de situatie van de Joden in de tijd van Ezra die (na zeventig jaar, niet pas na honderd) in Jeruzalem terugkeerden en zich moeten hebben afgevraagd of het ooit weer wat zou worden met die stad.

De rest van vers 259 is islamitische opsmuk. Het verhaal is als het ware ingepast in een andere religie, die van Allah. Daarbij is dat andere verband, namelijk met Jeruzalem, verloren gegaan. Deze weglating van belangrijke details en verdraaiing van de rest is algemeen voor de manier waarop Bijbelverhalen in de Koran worden weergegeven. In dit geval is het verschil zelfs zo groot geworden dat je je afvraagt of de schrijver het wel echt over Ezra had. Maar de moslimtradities laten daarover geen twijfel bestaan.

maandag 25 april 2011

Van Jeruzalem naar Mekka

Soera 2:142
142. De dwazen onder het volk zullen zeggen: "Wat heeft hen afgekeerd van de gebedsrichting die ze gewend waren?" Zeg: "Aan Allah behoort het Oosten en het Westen; Hij leidt wie Hij wil op het rechte pad."
Dit is een bijzonder belangrijk vers. Het is namelijk een bewijs dat de gebedsrichting (qibla) voor moslims ooit is veranderd. Uit de archeologie is inmiddels ook bekend wanneer dat ongeveer is gebeurd (lees bijvoorbeeld Does archaeology support the Qur'an?), en ook hoe: ooit was het richting Jeruzalem, later richting Mekka. Het waarom is volgens de Koranschrijver een dwaze vraag, maar hij zegt ook niet wat die nieuwe richting is.

De geleerden zijn het er wel over eens dat moslims in de richting van Jeruzalem baden, omdat Joden dat ook deden. De Joden deden dat (en doen dat nog steeds) omdat in Jeruzalem de Tempel stond, de (enige) plaats waaraan God zich zou hebben verbonden. Maar in de Bijbel vinden we niet de opdracht in die richting te bidden. God is immers overal; niet alleen in Jeruzalem en al helemaal niet alleen in Mekka.