Posts tonen met het label goed doen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label goed doen. Alle posts tonen

maandag 15 oktober 2012

Scheef recht

Soera 4:57-58
57. Zij die geloven en goede daden doen - we zullen hen binnenlaten in tuinen waaronder rivieren stromen, om daar voor eeuwig te blijven. Zij zullen daar partners hebben die smetteloos zijn en wij zullen ze plaatsen in schaduw en lommer.
Het beeld dat de Koran geeft van de hemel (zie bijvoorbeeld ook 2:25) is eigenlijk nogal aards. Het is ook niet erg sociaal: afgezien van de 'partners' is er geen sprake van dat moslims daar mede-moslims tegenkomen, laat staan Mohammed of Allah zelf.

Wat voor "goede daden" moet een moslim eigenlijk doen om in de moslimhemel te komen? Het volgende vers zou een tipje van de sluier kunnen oplichten:
58. Zeker, Allah draagt je op de stortingen terug te geven aan de eigenaren, en als je oordeelt tussen mensen, dat je dat op een rechtvaardige manier doet. Zeker, gepast is wat Allah je opdraagt; Allah is toehoorder en meekijker.
Moet het nalaten van verduistering een "goede daad" heten? En is het iets bijzonders als een rechter volgens de wet rechtspreekt?

Dat islamitisch rechtspreken is op zichzelf overigens niet rechtvaardig. Zo worden vrouwen en niet-moslims ernstig achtergesteld. Maar deze toestand moet een goede moslimrechter dus handhaven, wil hij een plekje in de hemel krijgen. Zou hij rechtspreken zoals wij dat gewend zijn, dus zonder te discrimineren, dan zou dat tegen de islam ingaan. En dat kan natuurlijk niet.

zondag 23 september 2012

Alleen anonieme weldoeners

Soera 4:38-40
38. En (hetzelfde geldt voor) hen die hun bezittingen besteden om door mensen gezien te worden en niet in Allah geloven en niet in de laatste dag. En wat betreft hem die de satan als zijn metgezel heeft: dat is een slechte metgezel!
Dit vers moet haast wel een vervolg zijn op het vorige vers om logisch te zijn. In vers 37 worden gierigaards bedreigd met een vernederende straf, dat geldt dan dus ook voor mensen die het fijn vinden om anderen te laten zien hoe gul ze wel zijn. Dat lijkt mij een beetje overdreven. Vergelijk dat eens met een passage uit het Nieuwe Testament, het evangelie volgens Mattheüs:
6.2: Wanneer u dan een liefdegave geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars in de synagogen en op de straten doen, opdat zij door de mensen geëerd zouden worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al.
Jezus zet hier geen straf op het binnenhalen van eer, hij zegt alleen dat mensen die loon van God verwachten het niet zo moeten aanpakken.

Terug naar Soera 4. Vers 38 eindigt met een tamelijk onnozele vaststelling, namelijk dat je met de duivel aan je zijde niet in goed gezelschap bent. Of bedoelt de schrijver soms te beweren dat je met openlijk de weldoener uithangen de duivel naast je hebt? Vreemd.
39. Wat is er nou zo moeilijk voor hen om te geloven in Allah en de laatste dag en uit te delen van wat Allah hen gegeven heeft? En Allah kent hen.
Nou ja, met al die dreigementen wordt het wel een stuk makkelijker. En met de volgende belofte wordt het nóg makkelijker:
40. Zeker, Allah benadeelt niet voor het gewicht van een korrel, maar als er iets goeds (gedaan wordt), vermenigvuldigt hij het, en geeft van zichzelf een grote beloning.
Kijk, louter voordelen! Je vraagt je af hoe het nog mogelijk is dat er rijke moslims zijn.

vrijdag 21 september 2012

Allah alleen?

Soera 4:36
36. En dien Allah en breng niets met hem in verband, en wees goed voor ouders en nabije familie en wezen en armen en de buren van je volk en de buren van een ander volk en de reisgenoot en de zwerver en wie je rechterhand bezit; zeker, Allah houdt niet van opscheppers en van (mensen die) trots (zijn).
Het was me al eerder opgevallen, bijvoorbeeld in soera 2:215, dat de schrijver allerlei goede doelen noemt, maar weduwen consequent niet. Dat zou misschien niet zo opmerkelijk zijn, ware het niet dat in het joden- en christendom weduwen en wezen altijd in één adem worden genoemd. In de Koran: nooit.

Ook interessant is waar dit vers mee begint, een tamelijk extreme opvatting van monotheïsme die de afstand tussen mens en Allah maximaal maakt. Niets mag met Allah in verband worden gebracht. Maar wat is Allah zonder de Koran en Mohammed?

vrijdag 29 juni 2012

Entree voor de hemel

Soera 3:92
92. Jullie zullen de rechtvaardigheid niet bereiken totdat je (een deel) besteedt van waar je van houdt; en wat je besteedt, Allah is er getuige van.
Over dat 'besteden' hebben we al iets gelezen in soera 2:272, maar de betekenis van vers 92 hier wordt beter benaderd door vers 271 van dat hoofdstuk. Daarin kunnen we namelijk lezen dat het geven (aan de armen) voor vergeving van zonden dient. Vers 92 maakt dat nog sterker: het geven is hier namelijk de enige manier om rechtvaardigheid te bereiken. Moslims moeten dus iets offeren van wat ze dierbaar is om in de hemel te kunnen komen. En dat offer brengen ze niet aan Allah, maar aan mensen.

Om heel eerlijk te zijn vind ik dit systeem wel iets sympathieks hebben. Maar ten opzichte van het christendom is het een stap terug. Daar werd namelijk ook voor de armen gezorgd, maar met een beter motief. In de eerste brief aan de Korinthiërs zegt Paulus het zo:
13:1. En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen (...) maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets. (HSV)
Het woord "liefde" vind je in de Koran niet veel, en al helemaal niet in de zin van de gelovige die van zijn medemensen houdt. Daar gaat het hier ook niet om. De gelovige moet gewoon dokken en het moet pijn doen. Hij moet wel, anders gaat hij naar de hel.

vrijdag 15 juni 2012

De lieverdjes van Allah

Soera 3:56-58
56. En dan, wat betreft hen die ontkennen: ik zal hen met een zware straf straffen in deze wereld en in het hiernamaals, en voor hen zullen er geen verlossers zijn.
Het riskante van dit soort verzen (waarvan er in de Koran veel méér zijn) is dat sommige moslims misschien gaan denken dat zij zelf een rol moeten spelen in het straffen van die ontkenners (noot van de vertaler: 'zij die ontkennen' wordt doorgaans vertaald met 'ongelovigen', maar de schrijver bedoelde tegenstanders van de islam). Het valt in deze tijd niet meer te ontkennen dat er meer dan genoeg moslims zijn die daaruit hun conclusies trekken en tot daden overgaan. En misschien denken die dan ook wel - waarom ook niet? - dat dit in de ogen van Allah goede daden zijn, zodat het volgende vers op hen van toepassing is:
57. En zij die geloven en goede werken doen - hij zal hun loon uitbetalen, maar Allah houdt niet van de slechte (mensen).
Die slechte mensen, dat zijn zij dan natuurlijk weer niet. Dat zijn namelijk de ontkenners, van vers 56. Of weer anderen. De schrijver sluit af:
58. Dit maken we jullie bekend van de tekenen en de boodschap van de wijsheid.
Is het wijs van Allah om zijn gelovigen te belonen en de rest te haten? Of bedoelt de schrijver soms dat het wijsheid is om je bij de moslims van Allah aan te sluiten, omdat je anders de pineut zal zijn? Ik denk het laatste. De schrijver wordt voor deze bekendmaking bedankt. We weten nu dat Allah niet-moslims haat en dat ze wat de koranschrijver betreft vogelvrij zijn.

zondag 23 oktober 2011

Doe wel en zie niet om

Soera 2:262-264
262. Wat betreft hen die hun bezit besteden op de weg van Allah: volg hun bestedingen niet met schade voor hen; zij zullen hun beloning van hun heer ontvangen, zij zullen geen angst of verdriet hebben.
263. Een vriendelijk woord en vergeving is beter dan liefdadigheid gevolgd door schade; Allah is rijk, verdraagzaam.
264. O jullie die geloven! Maak jullie liefdadigheid niet waardeloos door verwijten en schade, zoals zij die hun giften doen zodat ze door de mensen gezien worden en die niet geloven in Allah en de Dag. Dit lijkt op een gladde rots met aarde erop: als een zware regen valt, blijft de rots kaal achter. Zij zullen niets winnen met wat ze hebben verdiend. Allah geeft geen leiding aan de mensen die ontkennen.
In vers 262 is niet duidelijk wie er nou uit de wind moet worden gehouden, de gevers of de ontvangers, maar in de volgende verzen lijkt het duidelijk meer op dat laatste. Het is nogal op een open deur dat je iemand nadat je hem iets gegeven hebt niet achteraf moet benadelen. Maar dat is misschien niet wat hier wordt bedoeld. Ik vermoed dat het er hier om gaat dat de ontvanger met de gift mag doen wat hij wil, zonder dat hij daarover verantwoording hoeft af te leggen. Daar zit misschien wel wat in. In het Nederlands heet dat: "eens gegeven blijft gegeven". Maar als wij wat geven, bijvoorbeeld aan een hulporganisatie, dan willen we toch wel dat die organisatie dat vervolgens goed besteedt. Dat is hun morele plicht. De koranschrijver ziet dat anders.

Het eerste deel van vers 264 doet denken aan een passage in het Nieuwe Testament:
Mat. 6:1.  Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet geeft in tegenwoordigheid van de mensen om door hen gezien te worden; anders hebt u geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is.
Afgezien van de manier waarop de koranschrijver (niet) tegen God aan kijkt is dit precies dezelfde boodschap. De rest van het vers is een onbekende parabel zonder veel diepgang.

maandag 17 oktober 2011

Zeven jaar geven

Soera 2:261
261. De parabel van hen die hun bezit investeren in de weg van Allah: (het is) zoals graan dat zeven jaar groeit met honderd korrels in elke aar. En Allah vermenigvuldigt voor wie hij wil, en Allah heeft brede kennis.
Graan dat zeven jaar groeit en korrels produceert is een wonder. Granen zijn namelijk éénjarige, onder bijzondere omstandigheden tweejarige gewassen, maar dan heb je het wel gehad. En honderd korrels in één aar is voor tarwe (daar hebben we het toch over, of niet?) ruim het dubbele van wat normaal is. Maar goed, dat zou dus nog kunnen.

De vraag, zoals zo vaak: hoe komt de schrijver aan deze parabel? Aangezien de Koran schatplichtig is aan de Bijbel is dat niet lang zoeken. Dat van die zeven jaren graan vinden we in Genesis 41:
Gen. 41:26. (...) die zeven mooie aren betekenen ook zeven jaren...
Voor die honderd korrels kunnen we terecht bij Lukas:
Luk. 8:8. En een ander deel viel in de goede aarde en toen het opgegroeid was, bracht het honderdvoudige vrucht voort...
Beide tekstfragmenten gaan inderdaad over graan, maar ze gaan geen van beiden over het besteden van geld aan (of op) de Weg van Allah. Het eerste gaat gewoon over graan, het tweede over mensen die tot geloof komen en ook anderen tot geloof brengen.

Het lijkt erop dat de koranschrijver geen snars heeft begrepen van waar de originele parabels over gingen. Door de samenvoeging van deze twee en de aparte draai die de schrijver eraan geeft ontstaat eigenlijk een onzinverhaal. Het is niet gemakkelijk in te zien - en daarom als parabel mislukt - waarom zeven jaar lang honderd korrels dragend graan een beeld is van de investeerder. Staat honderd voor het aantal zilverstukken dat hij per jaar zal geven? En gaat hij dan na zeven jaar de pijp uit?

dinsdag 26 juli 2011

Erop!

Soera 2:222-223

Uit andere verzen van deze soera kregen we al de indruk dat vrouwen door de schrijver niet voor vol worden aangezien. De verzen 222 en 223 bevestigen dat beeld: vrouwen zijn een gebruiksvoorwerp en Allah besluit hoe daarmee omgegaan moet worden. Laten we ze maar eens lezen:
222. Ze stellen je vragen over menstruatie. Zeg: het is een ziekte, blijf dus vandaan bij vrouwen in deze periode, totdat ze weer schoon zijn. Maar als ze zich heeft verschoond, benader haar dan weer zoals Allah je heeft opgedragen. Want Allah houdt van hen die zich geregeld tot hem keren en die ervoor zorgen schoon te blijven.
223. Jullie vrouwen zijn jullie akkers, dus ga naar je akker wanneer je wilt, en stuur iets goeds vooruit voor je ziel, en pas op voor Allah. (...)
Het woord voor "ziekte" wordt nogal verschillend vertaald, bijvoorbeeld als "onreinheid" of "iets onaangenaams". Maar waar het in vers 222 om gaat is het tweede deel: het zijn de mannen die schoon moeten blijven en de mannen die de heilige plicht hebben hun vrouw(en) te bestijgen zodra de periode weer voorbij is. Wie nog denkt dat anders te moeten lezen is na vers 223 uitgetwijfeld: de mannen bepalen wanneer ze hun vrouw beklimmen, het lijkt er niet op dat vrouwen nee mogen zeggen of zelf het initiatief mogen nemen.

Merkwaardig (en een beetje duister) is het tweede deel van vers 223, waar lijkt te staan dat de mannen een goede daad moeten verrichten voordat ze tot "de daad" overgaan. Alsof seks iets slechts is dat met iets goeds moet worden gecompenseerd. En ja, als vrouwen worden behandeld zoals de Koran het hier voorschrijft, dan kunnen we het daar wel mee eens zijn.

zondag 15 mei 2011

Hot en her

Soera 2:158

Eén van de eigenschappen van de Koran die het boek zo moeilijk leesbaar maken is dat het geregeld van de hak op de tak springt. Vers 158 is daar een voorbeeld van.
158. Zeker, Safa en Marwa zijn symbolen van Allah. Dus als iemand die het Huis bezoekt, tijdens het seizoen of op andere tijden, er omheen gaat, dan is dat voor hem geen zonde. (...)
Het gaat hier dus over het lopen van een of meer rondjes om een paar plaatsen, een soort ritueel, wat de Koranschrijver in dit geval niet erg vindt. Vertaler Pickthall denkt dat het hier om een heidens (dwz. niet-islamitisch) ritueel gaat. Het is in elk geval geen Joods of Christelijk ritueel.

Nu zouden we wel eens willen weten over welke plaatsen het hier gaat. "Verrassing": geen van deze namen komt verder in de Koran ook maar één keer voor.

Het volgende vers, 159, gaat weer ergens anders over. Sterker nog, het tweede deel van vers 158 gaat al ergens anders over:
158. (...) En als iemand een impuls om goed te doen volgt, wees er zeker van dat Allah dat erkent en weet.
Dit moet wel over iets anders gaan: het traditioneel lopen van rondjes om heilige plaatsen is immers moeilijk te zien als een spontane goede daad. Vers 158 gaat dus over twee verschillende dingen, onderwerpen trouwens die allebei verder nergens in de Koran worden behandeld.